Advertisement

Huisarts en wetenschap

, Volume 49, Issue 3, pp 201–206 | Cite as

De kwaliteit van de diabeteszorg in de huisartsenpraktijk: kan het (nog) beter?

  • Lex GoudswaardEmail author
Beschouwing

Abstract

Goudswaard AN. De kwaliteit van de diabeteszorg in de huisartsenpraktijk: kan het (nog) beter? Huisarts Wet 2006;49(3):153-7.

Reorganisatie van de diabeteszorg vormt een prikkel voor het geven van meer inzicht in de kwaliteit van de geleverde zorg. Onderzoek toont aan dat er mogelijkheden zijn deze kwaliteit te verbeteren. Kern van goede diabeteszorg is het systematisch vervolgen van patiënten en een doelgerichte aanpak bij afwijkende meetwaarden. De praktijkverpleegkundige kan hierbij een belangrijke rol spelen. Zo blijkt het haalbaar om patiënten met hyperglykemie met orale bloedsuikerverlagende medicatie effectief te behandelen volgens een protocol gebaseerd op de NHG-Standaard. Gestructureerde educatie (inclusief zelfcontrole van bloedglucose) is op korte termijn effectief bij patiënten met maximale orale medicatie. Om het effect op de langere termijn vast te houden is het nodig educatie in de dagelijkse diabeteszorg te integreren. Vergelijkbare strategieën kunnen worden toegepast voor andere risicofactoren. Behandeling en begeleiding van patiënten met insuline is in de huisartsenpraktijk onder voorwaarden goed mogelijk. Een avondinjectie met een middellangwerkend insuline, toegevoegd aan de bestaande orale medicatie, is voor de meeste patiënten die moeten starten met insuline een effectieve, simpel toepasbare en veilige behandeling. Diabeteszorg is complex, soms moeilijk en veel patiënten hebben meer dan alleen diabetes. Daarom dient de huisarts een centrale positie in deze zorg te behouden. Samenwerking met goed geschoolde praktijkondersteuners en diabetesverpleegkundigen is daarbij noodzakelijk.

Reorganisatie van de diabeteszorg vormt een prikkel voor het geven van meer inzicht in de kwaliteit van de geleverde zorg. Onderzoek toont aan dat er mogelijkheden zijn deze kwaliteit te verbeteren. Kern van goede diabeteszorg is het systematisch vervolgen van patiënten en een doelgerichte aanpak bij afwijkende meetwaarden. De praktijkverpleegkundige kan hierbij een belangrijke rol spelen. Zo blijkt het haalbaar om patiënten met hyperglykemie met orale bloedsuikerverlagende medicatie effectief te behandelen volgens een protocol gebaseerd op de NHG-Standaard. Gestructureerde educatie (inclusief zelfcontrole van bloedglucose) is op korte termijn effectief bij patiënten met maximale orale medicatie. Om het effect op de langere termijn vast te houden is het nodig educatie in de dagelijkse diabeteszorg te integreren. Vergelijkbare strategieën kunnen worden toegepast voor andere risicofactoren. Behandeling en begeleiding van patiënten met insuline is in de huisartsenpraktijk onder voorwaarden goed mogelijk. Een avondinjectie met een middellangwerkend insuline, toegevoegd aan de bestaande orale medicatie, is voor de meeste patiënten die moeten starten met insuline een effectieve, simpel toepasbare en veilige behandeling. Diabeteszorg is complex, soms moeilijk en veel patiënten hebben meer dan alleen diabetes. Daarom dient de huisarts een centrale positie in deze zorg te behouden. Samenwerking met goed geschoolde praktijkondersteuners en diabetesverpleegkundigen is daarbij noodzakelijk.

beschouwing diabetes mellitus kwaliteit van zorg pati‰ntenvoorlichting praktijkverpleegkundige praktijkvoering 

Literatuur

  1. Rutten GEHM. Huisartsen buitenspel: organisatie diabeteszorg onnodig ingewikkeld. Med Contact 2004;59:1025-8.Google Scholar
  2. Diabeteszorg beter. Rapport van de Taakgroep Programma Diabeteszorg. Ministerie van VWS. https://doi.org/www.minvws.nl/rapporten/pg/2005/diabeteszorg-beter.asp; geraadpleegd 15 december 2005.
  3. Agis Zorgverzekeringen. Factsheet Diagis 29 maart 2005. https://doi.org/www.agiszorg.nl/AgisWebApp/ShowDoc/wprep/agiswebapp/downloads/Diagis_huisartsenweb.pdf; geraadpleegd 15 december 2005.
  4. De Grauw WJ, Van Gerwen WH, Van de Lisdonk EH, Van Den Hoogen HJ, Van den Bosch WJ, Van Weel C. Outcomes of audit-enhanced monitoring of patients with type 2 diabetes. J Fam Pract 2002;51:459-64.PubMedGoogle Scholar
  5. Goudswaard AN, Stolk RP, Zuithoff P, Rutten GE. Patient characteristics do not predict poor glycaemic control in type 2 diabetes patients treated in primary care. Eur J Epidemiol 2004; 19:541-5.CrossRefGoogle Scholar
  6. Goudswaard AN, Lam K, Stolk RP, Rutten GE. Quality of recording of data from patients with type 2 diabetes is not a valid indicator of quality of care. A cross-sectional study. Fam Pract 2003;20:173-7.CrossRefGoogle Scholar
  7. Goudswaard AN. Diabetes care in general practice: from monitoring tot insulin therapy (Proefschrift). Universiteit Utrecht, 2004.Google Scholar
  8. Wallace TM, Matthews DR. Poor glycaemic control in type 2 diabetes: a conspiracy of disease, suboptimal therapy and attitude. QJM 2000; 93:369-74.CrossRefGoogle Scholar
  9. Goudswaard AN, Stolk RP, De Valk HW, Rutten GE. Improving glycaemic control in patients with Type 2 diabetes mellitus without insulin therapy. Diabet Med 2003;20:540-4.CrossRefGoogle Scholar
  10. Renders CM, Valk GD, Griffin SJ, Wagner EH, Eijk VJ, Assendelft WJ. Interventions to improve the management of diabetes in primary care, outpatient, and community settings: a systematic review. Diabetes Care 2001;24:1821-33.CrossRefGoogle Scholar
  11. Frijling BD, Lobo CM, Hulscher ME, Akkermans RP, Van Drenth BB, Prins A, et al. Intensive support to improve clinical decision making in cardiovascular care: a randomised controlled trial in general practice. Qual Saf Health Care 2003;12:181-7.CrossRefGoogle Scholar
  12. O'Connor PJ, Desai J, Solberg LI, Reger LA, Crain AL, Asche SE, et al. Randomized trial of quality improvement intervention to improve diabetes care in primary care settings. Diabetes Care 2005;28:1890-7.CrossRefGoogle Scholar
  13. Thomson O'Brien MA, Oxman AD, Davis DA, Haynes RB, Freemantle N, Harvey EL. Educational outreach visits: effects on professional practice and health care outcomes. Cochrane Database Syst Rev 2000, Issue 2. CD000409.Google Scholar
  14. Piette JD, Glasgow RE. Education and home glucose monitoring. In: Gerstein HC, Haynes RB, editors. Evidenced-Based Diabetes Care, Vol. 1. Hamilton/London: Decker, 2001:207-51.Google Scholar
  15. Norris SL, Engelgau MM, Narayan KM. Effectiveness of self-management training in type 2 diabetes: a systematic review of randomized controlled trials. Diabetes Care 2001;24:561-87.CrossRefGoogle Scholar
  16. Loveman E, Royle P, Waugh N. Specialist nurses in diabetes mellitus (Cochrane Review). Cochrane Database Syst Rev 2003, Issue 2. CD003286.Google Scholar
  17. Goudswaard AN, Stolk RP, Zuithoff NP, De Valk HW, Rutten GE. Long-term effects of self-management education for patients with Type 2 diabetes taking maximal oral hypoglycaemic therapy: a randomized trial in primary care. Diabet Med 2004;21:491-6.CrossRefGoogle Scholar
  18. Franciosi M, Pellegrini F, De Berardis G, Belfiglio M, Di Nardo B, Greenfield S, et al. Self-monitoring of blood glucose in non-insulin-treated diabetic patients: a longitudinal evaluation of its impact on metabolic control. Diabet Med 2005;22:900-6.CrossRefGoogle Scholar
  19. Coster S, Gulliford MC, Seed PT, Powrie JK, Swaminathan R. Self-monitoring in Type 2 diabetes mellitus: a meta-analysis. Diabet Med 2000;17:755-61.CrossRefGoogle Scholar
  20. Welschen LM, Bloemendal E, Nijpels G, Dekker JM, Heine RJ, Stalman WA, et al. Self-monitoring of blood glucose in patients with type 2 diabetes who are not using insulin: a systematic review. Diabetes Care 2005;28:1510-7.CrossRefGoogle Scholar
  21. Franciosi M, Pellegrini F, De Berardis G, Belfiglio M, Cavaliere D, Di Nardo B, et al. The impact of blood glucose self-monitoring on metabolic control and quality of life in type 2 diabetic patients: an urgent need for better educational strategies. Diabetes Care 2001;24:1870-7.CrossRefGoogle Scholar
  22. Page RC, Harnden KE, Cook JT, Turner RC. Can life-styles of subjects with impaired glucose tolerance be changed? A feasibility study. Diabet Med 1992;9:562-6.CrossRefGoogle Scholar
  23. De Weerdt I, Visser AP, Kok GJ, De Weerdt O, Van der Veen EA. Randomized controlled multicentre evaluation of an education programme for insulin-treated diabetic patients: effects on metabolic control, quality of life, and costs of therapy. Diabet Med 1991;8:338-45.CrossRefGoogle Scholar
  24. Rutten G. Diabetes patient education: time for a new era. Diabet Med 2005;22:671-3.CrossRefGoogle Scholar
  25. De Sonnaville JJ, Bouma M, Colly LP, Deville W, Wijkel D, Heine RJ. Sustained good glycaemic control in NIDDM patients by implementation of structured care in general practice: 2-year follow-up study. Diabetologia 1997;40:1334-40.CrossRefGoogle Scholar
  26. Miedema K, Veltmaat LJ, Reenders K. Overschakeling op insuline bij NIADM-patiënten in de huisartspraktijk. Een onderzoek naar belemmerende factoren. Huisarts Wet 1995;38:614-7.Google Scholar
  27. Larme AC, Pugh JA. Attitudes of primary care providers toward diabetes: barriers to guideline implementation. Diabetes Care 1998;21:1391-6.CrossRefGoogle Scholar
  28. Greaves CJ, Brown P, Terry RT, Eiser C, Lings P, Stead JW. Converting to insulin in primary care: an exploration of the needs of practice nurses. J Adv Nurs 2003;42:487-96.CrossRefGoogle Scholar
  29. Van der Does FE, De Neeling JN, Snoek FJ, Kostense PJ, Grootenhuis PA, Bouter LM, et al. Symptoms and well-being in relation to glycemic control in type II diabetes. Diabetes Care 1996;19:204-10.CrossRefGoogle Scholar
  30. De Grauw WJ, Van de Lisdonk EH, Van Gerwen WH, Van den Hoogen HJ, Van Weel C. Insulin therapy in poorly controlled type 2 diabetic patients: does it affect quality of life? Br J Gen Pract 2001;51:527-32.PubMedPubMedCentralGoogle Scholar
  31. Garber AJ. Benefits of combination therapy of insulin and oral hypoglycemic agents. Arch Intern Med 2003;163:1781-2.CrossRefGoogle Scholar
  32. Westphal SA, Palumbo PJ. Insulin and oral hypoglycemic agents should not be used in combination in the treatment of type 2 diabetes. Arch Intern Med 2003;163:1783-5.CrossRefGoogle Scholar
  33. Goudswaard AN, Stolk RP, Zuithoff P, De Valk HW, Rutten GE. Starting insulin in type 2 diabetes: Continue oral hypoglycemic agents? A randomized trial in primary care. J Fam Pract 2004;53:393-9.PubMedGoogle Scholar
  34. Goudswaard A, Furlong N, Valk G, Stolk R, Rutten G. Insulin monotherapy versus combinations of insulin with oral hypoglycaemic agents in patients with type 2 diabetes mellitus. Cochrane Database Syst Rev 2004, Issue 4. CD003418.Google Scholar
  35. NHG/DiHAG. NHG-Standpunt. Zorg voor patiënten met diabetes mellitus type 2, 2005. https://doi.org/nhg.artsennet.nl, rubriek NHG-Standpunten.
  36. Valk GD, Blankenstein AH. Hoeveel tijd kost toepassing van de herziene NHG-Standaard Diabetes Mellitus Type 2? Huisarts Wet 2000;43:151-4.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2006

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations