Advertisement

Huisarts en wetenschap

, Volume 44, Issue 11, pp 199–203 | Cite as

Context en medisch handelen

Een visie vanuit de huisartspraktijk
  • C van WeelEmail author
Serie Terug naar Woudschoten

Samenvatting

Omschrijving Onder context wordt verstaan: de leefwereld van de patiënt – gezin, werk, woonomgeving – die het kader vormt waarbinnen ziekte, ziek-zijn en medisch handelen zich afspelen. Voor de huisartsgeneeskunde vormt dit de verbinding naar een aantal kernbegrippen en specifieke taken. Ziektebeleving en het (on)vermogen van patiënten zichzelf te helpen, bepalen in belangrijke mate de aard en omvang van professionele interventies.

Vier prioriteiten voor huisartsgeneeskundig onderzoek worden geformuleerd in relatie tot de context: 1) afzien van medisch ingrijpen; 2) de betekenis van context bij interventies met marginaal effect; 3) gezin, ziekte en ziektegedrag; 4) weerbaarheid en zelfredzaamheid: patiënten met chronische aandoeningen. Dit maakt het beter mogelijk om in klinisch-wetenschappelijk onderzoek huisartsgeneeskundig relevante vragen te stellen en concepten te toetsen, en de typische huisartsgeneeskundige relevantie te accentueren.

arts-patiënt relatie huisartsgeneeskunde onderzoek voorkennis Woudschoten 

Literatuur

  1. Huygen FJA. Family medicine. Nijmegen: Dekker en Van der Vegt, 1978.Google Scholar
  2. Balint M. The doctor, his patient and the illness. Londen: Pitman Medical Publishing, 1957.3Google Scholar
  3. Lamberts H. De morbiditeitsanalyse-1972. Huisarts Wet 1975;18:7-21.Google Scholar
  4. Van Es JC. Paradigma's van de huisartsgeneeskunde. Huisarts Wet 1978;21:451-8.Google Scholar
  5. Lamberts H, Knottnerus JA, Hofmans SB, Klaassen A. General practice research in Dutch academia. Amsterdam: KNAW, 1994.Google Scholar
  6. Olesen F, Dickinson J, Hjortdahl P. General practice – time for a new definition. Br Med J 2000;320:354-7.CrossRefGoogle Scholar
  7. Van Weel C. International research and the discipline of family medicine. Eur J Gen Pract 1999;5:110-5.CrossRefGoogle Scholar
  8. Heath I, Evans P, Van Weel C. The specialist of the discipline of general practice. Br Med J 2000;320:326-27.CrossRefGoogle Scholar
  9. Van Weel C. Examination of context of medicine. Lancet 2001;357:733-4.CrossRefGoogle Scholar
  10. Van Dulmen AM, Bensing JM. Contextwerking in de geneeskunde -een programmeringsstudie. Utrecht: NIVEL, 2000.Google Scholar
  11. Fredrikson M, Fürst CJ, Lekander M, Rotstein S, Blomgren H. Trait anxiety and anticipatory immune reactions in women receiving adjuvant chemotherapy for breast cancer. Brain Behav Immun 1993;7:79-90.CrossRefGoogle Scholar
  12. Van den Bosch WJHM, Van den Hoogen HJM, Huygen FJA, Van Weel C. Morbidity in early childhood: family patterns in relation to sex, birth order and social class. Fam Med 1993;25:126-30.PubMedGoogle Scholar
  13. Hjortdahl P. Continuity of care: general practitioners' knowledge about the responsibility towards their patients. Fam Pract 1992;9:3-8.CrossRefGoogle Scholar
  14. Van de Lisdonk EH, Van den Bosch WHJM, Huygen FJA, Lagro-Janssen ALM. Ziekten in de huisartspraktijk. Maarssen: Elsevier/Bunge, 1999.Google Scholar
  15. Pinkus T. Analyzing long-term outcomes of clinical care without randomized comtrolled clinical trials: the consecutive patient questionnaire database. The Journal of Mind-Body Health 1997;13:3-32.Google Scholar
  16. Van der Meer J, Schouten JSAG. Volksgezondheid Toekomst Verkenning 1997-V Effecten van zorg. Rijksinstituut voorVolksgezondheid en Milieu. Maarsen: Elsevier/De Tijdstroom, 1997.Google Scholar
  17. Tugwell P, Bennett KJ, Sacket DL, Haynes RB. The measurement iterative loop: a framework for the critical appraisal of need, benefit and costs of health interventions. J Chron Dis 1985;38:339-51.CrossRefGoogle Scholar
  18. Tirimanna PR, Van Schayck CP, Den Otter JJ, Van Weel C, Van Herwaarden CLA, Van den Boom G, et al. Prevalence of asthma and COPD in general practice in 1992: has it changed since 1977? Br J Gen Pract 1996;46:277-81.PubMedPubMedCentralGoogle Scholar
  19. Kolnaar BJM, Beissel E, Van den Bosch WHJM, Folgering H, Van den Hoogen HJM, Van Weel C. Asthma in adolescents and young adults: screening outcome versus diagnosis in general practice. Fam Pract 1994;11:133-40.CrossRefGoogle Scholar
  20. De Grauw WJC, Van de Lisdonk EH, Van Gerwen W, Van den Hoogen HJM, Van Weel C. Insulin therapy in poorly controlled type 2 diabetic patients: does it affect quality of life? Br J Gen Pract 2001;51:527-32.PubMedPubMedCentralGoogle Scholar
  21. Van Weel C, Knottnerus AJ. Evidence-based interventions and comprehensive treatment. Lancet 1999;353:916-8.CrossRefGoogle Scholar
  22. Helft PR, Sielger M, Lantos J. The rise and fall of the fulitity movement. N Engl J Med 2000;343:293-6.CrossRefGoogle Scholar
  23. Thoonen B, Van Weel C. Selfmanagement in asthma care.Professionals must rethink their role if they are to guide patients succesfully. Br Med J 2000;321:1482-3.CrossRefGoogle Scholar
  24. Tasche M, Oosterberg E, Kolnaar B, Rosmalen C. Inventarisatie van lacunes in huisartsgeneeskundige kennis. Huisarts Wet 2001;44:91-4.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2001

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations