Intercollegiale toetsing of intervisie?

  • C. B. Barentsen
  • S. A. van den Berg
Opinie

Samenvatting

Onder de vlag van intercollegiale toetsing worden vaak verschillende vormen van werkoverleg, zoals (inter)collegiale toetsing, consultatie, casuïstiekbespreking, medisch vakoverleg en intervisie gepraktiseerd. Dit leidt niet zelden tot spraakverwarring en begripsvervuiling, wat nadelige consequenties kan hebben voor certificering, accreditering of herregistratie. Genoemde vormen van werkoverleg zijn op zichzelf waardevol voor verbeteren van kwaliteit. Wij analyseren doel, inhoud, betrokkenen en gevolgde procedures van intercollegiale toetsing en intervisie, en pleiten ervoor om de werkwijze bij intercollegiale toetsing conform de doelstelling uitsluitend te reserveren voor het verbeteren van de kwaliteit, waarbij de dagelijkse praktijk getoetst wordt aan vooraf expliciet geformuleerde en geaccepteerdekwaliteitsnormen. Door procedurele helderheid te bevorderen kunnen onwenselijke verschillen in kwaliteitsniveau worden voorkomen. Dit is van belang nu de SGRC/CSG de criteria voor herregistratie nader onderzoekt.

intercollegiale toetsing (inter)professional clinical audit groups consult intervisie kwaliteitsbeleid casuïstiekbespreking peer review groups 

Literatuur

  1. NVAB. Intercollegiale toetsing. Kader voor uitvoering en beoordeling in het licht van herregistratie van bedrijfsartsen. Verenigingsnieuws NVAB. Tijdschr Bedrijfs Verzekeringsgeneeskd 2000; 8: 253-254.Google Scholar
  2. Stichting Beheer Certificatie Arbodiensten. Regeling Certificatie Arbodiensten. Utrecht: SBCA, juli 2001.Google Scholar
  3. Verenigingsnieuws NVAB. Tijdschr Bedrijfs Verzekeringsgeneeskd 2000; 8: 31-32.CrossRefGoogle Scholar
  4. Wersch S van, Winters-van der Meer S, Zomerplaag J. Kwaliteitsmodellen in de zorgsector. Handboek Kwaliteit van Zorg. Utrecht: De Tijdstroom, 1993, pp. A 2.1-1-32Google Scholar
  5. Barentsen CB. Toetsen Takkenwerk? Eindverslag Project Intercollegiale Toetsing. Utrecht: LVSG, 1995.Google Scholar
  6. Veenhof C, Dijk G van, Dorgelo M, et al. Kwaliteitsbevordering paramedische zorg: evaluatie intercollegiale toetsing en het IOF (intercollegiaal overleg fysiotherapeuten). Utrecht: NIVEL, 2001.Google Scholar
  7. Genoemd in: Weerd J de, Ritsema van Eck K, Ravenzwaaij F van. Konsultatie: middelpuntzoekende hulpverlening. Deventer: Van Loghum Slaterus, 1980.Google Scholar
  8. Haan E de. Leren met collega's. Praktijkboek intercollegiale consultatie. Assen: Van Gorcum, 2001.Google Scholar
  9. Bolhuis SM, Simons PR-J. Leren en werken. Deventer: Kluwer, 1999.Google Scholar
  10. Hendriksen J. Begeleid intervisie model. Baarn: Nelissen, 1998.Google Scholar
  11. Hendriksen J. Intervisie bij werkproblemen. Soest: Nelissen, 1997.Google Scholar
  12. Johnson AH. The Balint movement in America. Fam Med 2001; 33(3): 174-177.PubMedGoogle Scholar
  13. Bewerking van schema uit: Praag-Van Asperen HM van, Praag, PhH van. Handboek supervisie en intervisie in de psychotherapie. Amersfoort: Academische Uitgeverij, 1993.Google Scholar
  14. Mjell J, Hjortdahl P. Local groups as a tool for quality assurance of community health services. Tidsskr Nor Laegeforen 2001; 121: 1707-1709.PubMedGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2003

Authors and Affiliations

  • C. B. Barentsen
    • 1
  • S. A. van den Berg
  1. 1.

Personalised recommendations