Advertisement

Neuropraxis

, Volume 5, Issue 6, pp 139–141 | Cite as

Geboren voor het kwaad?

Feiten en misverstanden over de relatie tussen ADHD en criminaliteit
  • J. Buitelaar
Artikelen
  • 933 Downloads

Abstract

In onze samenleving is de aandacht voor het voorkomen van crimineel gedrag in de afgelopen vijftig jaar sterk gestegen. Vooral uitingen van zinloos geweld op straat trekken terecht veel aandacht en zorgen voor maatschappelijke onrust. Maar ook allerlei kleinere vormen van criminaliteit, zoals winkeldiefstallen, fietsendiefstallen, rellen van voetbalsupporters en openbare vernielingen, kunnen slachtoffers en burgers diep raken en gevoelens van onveiligheid oproepen. Vanzelfsprekend stimuleren de stijgende criminaliteitcijfers het denken over en het onderzoek naar de oorzaken van crimineel gedrag. In dit kader wordt vaak gewezen op de rol van psychiatrische aandoeningen, en in bijzonder de aandachtstekort-/hyperactiviteitsstoornis (adhd). De bbc-documentaire Mind to Crime kreeg enkele jaren geleden veel aandacht op de Nederlandse televisie. Kinderen met adhd werden hierin zonder blikken of blozen geportretteerd als kleine gevoelloze monsters en criminelen in de dop. Het doel van deze bijdrage is om feiten en misverstanden over de relatie tussen adhd en criminaliteit op een rij te zetten.

Literatuur

  1. Babinski, L.M., Hartsough, C.S., & Lambert, N.M. (1999). Childhood conduct problems, hyperactivity-impulsivity, and inattention as predictors of adult criminal activity. J Child Psychol Psychiatry, 40, 347–355.CrossRefGoogle Scholar
  2. Doreleijers, T.A.H. (1995). Diagnostiek tussen Jeugdstrafrecht en Hulpverlening (Proefschrift). Arnhem: Gouda Quint BV.Google Scholar
  3. Farrington, D.P., & Loeber, R. (2000). Epidemiology of juvenile violence. Child and Adolescent Psychiatric Clinics of North America, 9, 733–748.CrossRefGoogle Scholar
  4. Hodgins, S. (1992). Mental disorder, intellectual deficiency, and crime. Evidence from a birth cohort. Arch Gen Psychiatry, 49, 476–483.CrossRefGoogle Scholar
  5. Loeber, R., Green, S.M., Keenan, K., & Lahey, B.B. (1995). Which boys will fare worse? Early predictors of the onset of conduct disorder in a six-year longitudinal study. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 34, 499–509.CrossRefGoogle Scholar
  6. Loeber, R., & Hay, D. (1997). Key issues in the development of aggression and violence from childhood to early adulthood. Annu Rev Psychol, 48, 371–410.CrossRefGoogle Scholar
  7. Loeber, R., Stouthamer Loeber, M., & Stouthamer-Loeber, M. (1998). Development of juvenile aggression and violence. Some common misconceptions and controversies. Am Psychol, 53, 242–259.CrossRefGoogle Scholar
  8. Loeber, R., & Farrington, D.P. (2000). Young children who commit crime: epidemiology, developmental origins, risk factors, early interventions, and policy implications. Development and Psychopathology, 12, 737–762.CrossRefGoogle Scholar
  9. Mannuzza, S., Gittelman Klein, R., Horowitz Konig, P., & Giampino, T.L. (1989). Hyperactive boys almost grown up. IV Criminality and its relationship to psychiatric status. Arch Gen Psychiatry, 46, 1073–1079.CrossRefGoogle Scholar
  10. Rutter, M., Giller, H., & Hagell, A. (1998). Antisocial Behavior by Young People. Cambridge: Cambridge University Press.Google Scholar
  11. Satterfield, J., Swanson, J., Schell, A., & Lee, F. (1994). Prediction of antisocial behavior in attention-deficit hyperactivity disorder boys from aggression/defiance scores. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 33, 185–190.CrossRefGoogle Scholar
  12. Taylor, E., Chadwick, O., Heptinstall, E., & Danckaerts, M. (1996). Hyperactivity and conduct problems as risk factors for adolescent development. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 35, 1213–1226.CrossRefGoogle Scholar
  13. Tuinier, S. (1989). De Psychiater en de Wilde Man. Een Veldstudie over de Relatie Psychiatrisch Syndroom en Criminaliteit (Proefschrift). Amsterdam: Vrije Universiteit.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2001

Authors and Affiliations

  • J. Buitelaar
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations