Advertisement

Directieve therapie

, Volume 16, Issue 1, pp 6–10 | Cite as

Het effect van EMD op de emotionele reactie van normale proefpersonen: een replicatie van Merckelbach, Hogervorst, Kampman en De Jongh

  • Rogier van Huffelen
  • Alexander van Huffelen
  • Gerda Methorst
  • Kees Hoogduin
Article

samenvatting

Beschreven wordt een experiment naar de werkzaamheid van Eye Movement Desensitization. Gezonde proefpersonen (6 mannen, 6 vrouwen) ondergingen 4 ‘behandelings’condities nadat zij waren blootgesteld aan een dia met een schokkende voorstelling. Iedere behandelingsconditie werd door een andere dia voorafgegaan. De combinatie van dia en conditie wisselde per proefpersoon. Effecten van de ‘behandeling’ werden gemeten via ‘subjective units of distress’ waarmee de proefpersoon de mate van ervaren afschuw aangaf en via de hartfrequentie. De behandelingscondities bestonden uit 1. Eye Movement Desensitization (het met de ogen volgen van de horizontaal heen en weer bewegende vinger van de proefleider). 2. Vingervolgen (het met de vinger volgen van de horizontaal heen en weer bewegende vinger van de proefleider terwijl de ogen op een punt zijn gefixeerd. 3 Reactietijd (het zo snel mogelijk indrukken van een knop na het horen van een auditief signaal. 4. Vertellen (het verbaliseren in zoveel mogelijk details van de voorstelling op de dia). Geen van de condities leidde tot een verlaging van de mate van ‘distress’. Ook tussen de condities werden geen verschillen gevonden. De specifieke werkzaamheid van EMD kon derhalve niet worden aangetoond.

Abstract

The efficacy of Eye Movement Desensitization was studied in an experiment. Twelve healthy volunteers (six males; six females) underwent four ‘treatment’ conditions after having been exposed to an aversive, distressing picture. Each treatment condition was preceded by a different picture. The combination of picture and condition differed per subject. Treatment effects were assessed by subjective units of distress, by which the subject indicated the degree of disgust or embarrassment caused by the picture, and by heart frequency. The treatment conditions were: 1. Eye movement desensitization (eNo of subject follow the horizontal from left to right fingermovements of the experimenter); 2. Finger following (finger of subject follows horizontal from left to right finger movements of experimenter with eNo fixated/staring); 3. Reaction time (pressing a knob as soon as an auditory signal is heard); 4. Description (subject gives detailed description of the picture just seen). None of the four conditions effectuated a lowering of distress scores; neither were there any significant differences between conditions. Specific efficacy of EMD was not found.

Referenties

  1. Hassard, A., (1993). Eye movement desensitization of body image. Behavioral Psychotherapy, 21, 161–164.CrossRefGoogle Scholar
  2. Merckelbach, H, Hogervorst, E., Kampman, M., & Jongh, A. de (1994). Eye Movement Desensitization heeft geen effect op emotionele reactiviteit van ‘normale’ proefpersonen. Gedragstherapie, 27 , 33–51.Google Scholar
  3. Shapiro, F. (1989). Eye movement desensitization: a new treatment for posttraumatic stress disorder. Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry, 20, 211–217.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 1996

Authors and Affiliations

  • Rogier van Huffelen
    • 1
  • Alexander van Huffelen
  • Gerda Methorst
  • Kees Hoogduin
  1. 1.

Personalised recommendations