Advertisement

Directieve therapie

, Volume 12, Issue 3, pp 137–141 | Cite as

Hyperventilatie is niet specifiek voor paniekpatiënten

  • Marcel van den Hout
  • Rense Hoekstra
  • Arnoud Arntz
Article
  • 18 Downloads

Samenvatting

Veel onderzoekers hebben gerapporteerd dat paniekpatiënten, tijdens rust een klein beetje hyperventileren; vergeleken met gezonde controleproefpersonen is de CO2–spiegel van paniekpatiënten aan de lage kant. De huidige auteurs gingen na of de lage rust– CO2 diagnostisch specifiek is voor paniekpatiënten. Dat bleek niet zo te zijn. Paniekpatiënten hadden weliswaar een lagere rust–CO2 dan patiënten die geen last hadden van paniekaanvallen en leden aan bijvoorbeeld een dwangneurose of een sociale fobie. De lage rust–CO2 was dus niet specifiek voor paniekpatiënten.

Tijdens angst gaan mensen een beetje hyperventileren. De auteurs gingen na of bij paniekpatiënten angst vergezeld gaat met relatief sterk hyperventileren. Ook dit bleek niet het geval te zijn. Paniekpatiënten die enigszins bang werden gingen enigszins hyperventileren, maar andere proefpersonen die een beetje angstig werden vertoonden een vergelijkbare mate van hyperventilatie. De conclusie van de auteurs staat geformuleerd in de titel van deze bijdrage.

Notes

Referenties

  1. Ehlers, A., Margraf, J. & Roth, T. (1987). Selective information processing: Interoception and panic attacks. Paper presented at the Ringberg Symposium on Treatments of Panic and Phobias, Munchen.Google Scholar
  2. Hout, M. A. van den & Griez, E. (1985). Peripheral panic symptoms occur during changes in alveolar carbon dioxide. Comprehensive Psychiatry, 26, 381–387.CrossRefGoogle Scholar
  3. Hout, M. A. van den & Molen, G. M. van der (1988). De experimentele psychopathologie van paniek. Directieve Therapie, 8, 163–187.Google Scholar
  4. Hout, M. A. van den, Hoekstra, R., Arntz, A., Christiaanse, M., Ranschaert, W. & Schouten, E. (1991). Hyperventilation is not diagnostically specific to panic patients. Psychosomatic Medicine, in press.Google Scholar
  5. Lum, L. C. (1975). Hyperventilation: The tip and the iceberg. Journal of Psychosomatic Research, 19, 375–383.CrossRefGoogle Scholar
  6. Rapee, R. M., Sanderson, W. C., McCanley, P. A. & DiNardo, P. A. (1992). Differences in reported symptoms profile between panic disorder and other DSMIIIR anxiety disorders. Behaviour Research and Therapy, 30, 45–53.CrossRefGoogle Scholar
  7. Robinson, W., Whitsett, S. F. & Kaplan, B. J. (1987). The stability of physiological reactivity over multiple sessions. Biological Psychology, 24, 129–139.CrossRefGoogle Scholar
  8. Suess, W., Alexander, A., Smith Sweeney, H. & Marion, R. (1980). The effects of psychological stress on respiration: A preliminary study of anxiety and hyperventilation. Psychophysiology, 17, 535–540.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 1992

Authors and Affiliations

  • Marcel van den Hout
    • 1
  • Rense Hoekstra
  • Arnoud Arntz
  1. 1.

Personalised recommendations