Bijblijven

, 20:393 | Cite as

Diepe veneuze trombose

  • I. M. Wichers
Artikel
  • 116 Downloads

Samenvatting

Diepe veneuze trombose (dvt) komt in een standaard huisartspraktijk twee- tot driemaal per jaar voor. In de afgelopen jaren zijn nieuwe diagnostische methoden voor dvt ontwikkeld, gericht op minimale belasting voor de patiënt bij zo groot mogelijke kosteneffectiviteit. De optimale behandelingsduur van dvt met orale anticoagulantia is onderwerp van discussie. Hoe lang de behandeling duurt, is afhankelijk van de afweging tussen het risico op recidief van veneuze trombo-embolie (vte) en het risico op bloeding. Dit geldt a fortiori voor idiopathische dvt, waarbij ondanks langdurige antistolling een hoge kans op recidief van trombose blijft bestaan. Mogelijk kunnen nieuwe anticoagulantia, zoals de orale directe trombineremmers, in de toekomst een rol gaan spelen, gezien het gebruiksgemak en het verminderde risico op bloedingen.

Literatuur

  1. Schellong SM. Complete compression ultrasound for the diagnosis of venous thromboembolism. Curr Opin Pulm Med 2004;10:350-5.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  2. Kraaijenhagen RA, Piovella F, Bernardi E, Verlato F, Beckers EA, Koopman MM, et al. Simplification of the diagnostic management of suspected deep vein thrombosis. Arch Intern Med 2002;162:907-11.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  3. Wells PS, Anderson DR, Rodger M, Forgie M, Kearon C, Dreyer J, et al. Evaluation of D-dimer in the diagnosis of suspected deep-vein thrombosis. N Engl J Med 2003;349:1227-35.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  4. Partsch H, Blattler W. Compression and walking versus bed rest in the treatment of proximal deep venous thrombosis with low molecular weight heparin. J Vasc Surg 2000;32:861-9.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  5. Dongen CJ van, Vink R, Hutten BA, Buller HR, Prins MH. The incidence of recurrent venous thromboembolism after treatment with vitamin K antagonists in relation to time since first event: A meta-analysis. Arch Intern Med 2003;163:1285-93.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  6. Buller HR, Agnelli G, Hull RD, Hyers TM, Prins MH, Raskob GE. Antithrombotic therapy for venous thromboembolic disease: The Seventh ACCP Conference on Antithrombotic and Thrombolytic Therapy. Chest 2004;126:401S-28S.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  7. Dongen CJ van, Prins MH, Buller HR. Low-intensity warfarin therapy for the prevention of recurrent venous thromboembolism. N Engl J Med 2003;349:398-400.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  8. Schulman S, Wahlander K, Lundstrom T, Clason SB, Eriksson H. Secondary prevention of venous thromboembolism with the oral direct thrombin inhibitor ximelagatran. N Engl J Med 2003;349:1713-21.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  9. Buller HR, Davidson BL, Decousus H, Gallus A, Gent M, Piovella F, et al. Fondaparinux or enoxaparin for the initial treatment of symptomatic deep venous thrombosis: A randomized trial. Ann Intern Med 2004;140:867-73.PubMedGoogle Scholar
  10. Brandjes DP, Buller HR, Heijboer H, Huisman MV, Rijk M de, Jagt H, et al. Randomised trial of effect of compression stockings in patients with symptomatic proximal-vein thrombosis. Lancet 1997;349:759-62.CrossRefPubMedGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2004

Authors and Affiliations

  • I. M. Wichers
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations