Advertisement

Medisch Farmaceutische Mededelingen

, Volume 45, Issue 5, pp 154–154 | Cite as

Directe en indirecte vergelijking van behandelingen

  • T. van Gelder
Article

Samenvatting

Voor veel ziektebeelden is reeds een verscheidenheid aan behandelingen beschikbaar. Nieuwe behandelingen worden geïntroduceerd, en door middel van vergelijkend onderzoek wordt getracht ook voor deze opties een deel van de markt te veroveren. Het gevolg is een groot aantal studies, waaruit nog maar moeilijk één sluitende conclusie te trekken valt.

Voor veel ziektebeelden is reeds een verscheidenheid aan behandelingen beschikbaar. Nieuwe behandelingen worden geïntroduceerd, en door middel van vergelijkend onderzoek wordt getracht ook voor deze opties een deel van de markt te veroveren. Het gevolg is een groot aantal studies, waaruit nog maar moeilijk één sluitende conclusie te trekken valt.

Veelal blijkt dat ondanks het grote aantal gepubliceerde studies een directe vergelijking tussen twee specifieke behandelingen niet heeft plaatsgevonden. Als behandeling A en B nooit rechtstreeks zijn vergeleken, maar wel zijn vergeleken met een derde behandeling C, hetzij placebo, hetzij een andere actieve behandeling, dan kan uit de uitkomsten van deze behandelingen wel een indirecte vergelijking tussen A en B worden gemaakt .

Bijvoorbeeld, over een periode van 30 jaar werden 254 studies uitgevoerd naar de effecten van 100 verschillende chemotherapeutische regimes voor de behandeling van niet-kleincellig longcarcinoom. Opvallend genoeg was voor slechts twee regimes direct vergelijkend onderzoek beschikbaar met een groepsgrootte van meer dan 1000 patiënten. Door een zogenaamde netwerk meta-analyse kunnen verschillende behandelingen die nooit in een onderzoek rechtstreeks zijn vergeleken toch met elkaar worden vergeleken.

Dat een dergelijke meta-analyse niet altijd betrouwbare resultaten oplevert wordt aangetoond aan de hand van een vergelijking van de studies verricht met antiretrovirale therapie. Als de vraag moet worden beantwoord of het beter is te starten met non-nucleoside reverse-transcriptase-inhibitoren of met protease-inhibitoren, dan geeft een indirecte vergelijking van deze behandelingen aan dat met protease-inhibitoren een betere virale onderdrukking wordt bereikt (met odds ratios die tot 6 oplopen). Echter, als we dezelfde vraag beantwoorden aan de hand van directe vergelijkende studies, dan blijkt juist dat de non-nucleoside reverse-transcriptaseinhibitoren de beste uitkomst geven. Deze tegenovergestelde conclusie is even opvallend als verontrustend. We voelen allemaal wel aan dat de directe vergelijking de meest betrouwbare uitkomst geeft. Een uitgebreide vergelijking van directe en indirecte methoden voor 44 onderwerpen liet bij drie van de 44 bovengenoemde significante discrepanties zien.

Om de verschillen in uitkomst tussen directe en indirecte vergelijking te verklaren kan het voorbeeld delavirdine genoemd worden. Delavirdine, een nonnucleoside reverse-transcriptase-inhibitor, raakte destijds snel in onbruik vanwege matige effectiviteit. In de indirecte vergelijkende studies werden de delavirdinestudies meegenomen, maar in de latere directe vergelijkende studies werd delavirdine niet meer gebruikt. Zo kon het gebeuren dat de indirecte vergelijking liet zien dat de non-nucleoside reversetranscriptase- inhibitoren het slechter deden, terwijl de directe vergelijking het tegenovergestelde lieten zien.

Kortom, het valt niet mee om uit de half miljoen publicaties van vergelijkend onderzoek steeds weer een zinnige conclusie te trekken. Soms zijn we wel genoodzaakt om indirecte vergelijkingen te maken. Dat we ons daarmee op glad ijs begeven beoogt dit stuk ons te vertellen.

Belangenverstrengeling: geen.

Literatuur

  1. Ioannidis JPA. Indirect comparisons: the mesh and mess of clinical trials. Lancet 2006; 368: 1470-72.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2007

Authors and Affiliations

  • T. van Gelder
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations