Advertisement

Medisch Farmaceutische Mededelingen

, Volume 45, Issue 5, pp 132–132 | Cite as

Angiotensineconverterendenzymremmers kunnen gunstige invloed hebben op verhoogde bloedsuikerspiegels

  • A. C. M. Vingerhoeds
Article
  • 4 Downloads

Samenvatting

Angiotensineconverterendenzymremmers (ACEremmers) blokkeren de omzetting van het onwerkzame angiotensine-I in het actieve angiotensine-II, dat werkt als een vasoconstrictor dus bloeddrukverhoger. De indicaties voor toepassing zijn essentiële hypertensie en hartfalen, terwijl bekend is dat de progressie van diabetische nefropathie er door wordt geremd.

Angiotensineconverterendenzymremmers (ACEremmers) blokkeren de omzetting van het onwerkzame angiotensine-I in het actieve angiotensine-II, dat werkt als een vasoconstrictor dus bloeddrukverhoger. De indicaties voor toepassing zijn essentiële hypertensie en hartfalen, terwijl bekend is dat de progressie van diabetische nefropathie er door wordt geremd.

Hoewel deze middelen al sinds begin jaren 80 in ruime mate wereldwijd worden gebruikt is pas de laatste jaren opgevallen dat ze wellicht ook een gunstige invloed hebben op het ontstaan van diabetes mellitus.

De Diabetes Reduction Assessment with Ramipril and Rosiglitazone Medication (DREAM) trial onderzoekers, bestudeerden in een drie jaar durende dubbelblind gerandomiseerde studie 5269 potentiële kandidaten voor diabetes mellitus. Zij hadden namelijk een te hoge nuchtere bloedglucosespiegel (6,1-7,8 mmol/l), dan wel twee uur na een standaard glucosebelasting (een Orale GlucoseTolerantie Test (OGTT) met 75 g glucose) een bloedglucosespiegel van 7,8-11,1 mmol/l, wat eveneens te hoog is. De deelnemers waren (nog) vrij van hart- en vaatziekten.

De deelnemers kregen tot 15 mg ramipril per dag dan wel placebo.

Primair eindpunt van de studie was het ontstaan van diabetes mellitus dan wel overlijden. Er waren enkele secundaire eindpunten met als belangrijkste regressie tot normoglykemie.

Omdat er relatief weinig overlijdens waren in deze studie, was het primaire eindpunt als regel het ontstaan van diabetes mellitus. In de ramiprilgroep kwam dat bij 18,1% voor tegen 19,5% in de placebogroep. Dit verschil is geenszins significant (p = 0,15). Dat gold ook voor een van de secundaire eindpunten namelijk het bereiken van een normaal nuchter glucosegehalte: dat werd gemiddeld 5,70 mmol/l in de ramiprilgroep tegen gemiddeld 5,74 mmol/l in de placebogroep (p = 0,07).

Twee uur na de OGTT was de bloedglucosespiegel in de ramiprilgroep gemiddeld significant lager dan in de placebogroep: 7,50 mmol/l versus 7,80 mmol/l (p = 0,01).

De regressie tot normoglykemie was significant beter (p = 0,001) bij de ramiprilgebruikers (42,6%) dan in de placebogroep (38,3%).

De conclusie van de auteurs is dat ramipril niet kan worden aanbevolen om routinematig te gebruiken ter voorkoming van diabetes mellitus.

Het editorial van Ingelfinger en Solomon onderschrijft bovenstaande conclusie van de DREAM-team-onderzoekers en geeft daarnaast een uiteenzetting over de mogelijke werkingsmechanismen van ramipril op de glucosestofwisseling.

Belangenverstrengeling: acht van de auteurs gaven aan financiële banden met de farmaceutische industrie te hebben (gehad).

Literatuur

  1. The DREAM Trial investigators. Effect of Ramipril on the Incidence of Diabetes. N Engl J Med 2006; 355: 1551-62.CrossRefGoogle Scholar
  2. Ingelfinger JR, Solomon CG. Angiotensin-Converting-Enzyme Inhibitors for Impaired Glucose Tolerance – Is There Still Hope? N Engl J Med 2006; 355: 1608-10.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2007

Authors and Affiliations

  • A. C. M. Vingerhoeds
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations