Advertisement

Pharmaceutisch weekblad

, Volume 1, Issue 1, pp 965–970 | Cite as

Orthosiphon stamineus, een geneeskruid met een diuretische werking

Fytochemisch en farmacologisch onderzoek
  • W. Van Der Veen
  • Th. M. Malingré
  • J. H. Zwaving
Overzichtsartikelen

Samenvatting

In dit artikel wordt een overzicht gegeven van het tot dusver bekende fytochemisch en farmacologisch onderzoek naar de werkzame bestanddelen van de bladeren vanOrthosiphon stamineus Benth., dat als geneeskruid wordt toegepast bij nier- en blaasziekten en als diureticum. Hoewel een hoog kaliumgehalte en de aanwezigheid van inositol in het kruid wel verantwoordelijk worden gesteld voor de werking, is er nog geen duidelijke relatie tussen deze bestanddelen en de farmacologische effecten. Mogelijk zouden ook andere stoffen een rol kunnen spelen, zoals nog niet volledig geÏdentificeerde saponinen, terwijl flavonoÏden en hun omzettingsprodukten verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor de bacteriostatische werking van Orthosiphon. In ons laboratorium is een onderzoek begonnen teneinde hierover opheldering te verschaffen.

Orthosiphon stamineus — Phytochemical and pharmacological research

Abstract

In this paper a survey is given of the phytochemical and pharmacological research, known until now, into the active principles of the leaf drugOrthosiphon stamineus Benth., which is used therapeutically for diseases of the kidneys and the bladder and as a diuretic. Although a high potassium content and the presence of inositol have been claimed for the activity no clear relationship exists between these constituents and the pharmacological effects. Other constituents as for instance not fully identified saponins may possibly play a role and flavonoids and their metabolites would be responsible for the bacteriostatic activity of Orthosiphon. An investigation is in progress in our laboratory to elucidate these problems.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. Begni, R. (1956) referaat inChem. Zentralh., 7031.Google Scholar
  2. Biedermann, W. (1931)Untersuchungen über Orthosiphon stamineus Benth., proefschrift Jena.Google Scholar
  3. Bombardelli, E., A. Bonati, B. Gabetha enG. Mustisch (1972) Flavonoid constituents of Orthosiphon stamineus,Fitoterapia 43, 35–40.Google Scholar
  4. Boorsma, J. (1902)Bulletin de l'Institut de Buitenzorg nr. XIV, p. 8.Google Scholar
  5. Bruins, A. P. (1979)Anal. Chem. 51, 967.CrossRefGoogle Scholar
  6. Das, N. P., enS. P. Sothy (1971) Studies on Flavonoid Metabolism,Biochem. J. 125, 417–423.CrossRefPubMedPubMedCentralGoogle Scholar
  7. Dietzel, R., enE. Schmidt (1936) über die Inhaltsstoffe von Orthosiphon stamineus Benth.,Arch. Pharm. 10–16.Google Scholar
  8. Modica, G. Di, enP. F. Rossi (1958) Sui componenti di Orthosiphon stamineus,Gazz. Chim. Ital. 88, 737–745.Google Scholar
  9. Efimova, F. V., enA. D. Inaishvili (1968) Java tea (Orthosiphon stamineus) saponins,Aktual. Vop. Farm. 17–18.Google Scholar
  10. Fevrier, C. (1933)Beitrag zur Kenntnis der Inhaltsbestandteile von Orthosiphon stamineus Benth. Proefschrift, Bazel.Google Scholar
  11. Fujimoto, T., enY. Tsuda (1972) Isolation of myo-inositol from Kumis Kutjing,Yakugku Zasshi 92, 1060–1061.Google Scholar
  12. Gürber, A. (1927) Der Indische Nierentee Koemis Koetjing,Deut. Med. Wochschr. 31, 1299–1301.CrossRefGoogle Scholar
  13. Ham, M. Ten, enL. Jager (1977)Pharmacological screening of extracts from medicinal plants. Proceedings 4th Symposium Pharmacognosy and Chemistry of Natural Products, Leiden.Google Scholar
  14. Hedrich, W. (1928) Indischer Nierentee Koemis Koetjing bei Schrumpfniere,Deut. Med. Wochschr. 3, 229.CrossRefGoogle Scholar
  15. Itallie, L. Van (1886) Over Orthosiphon stamineus,Nieuw tijdschrift voor de Pharmacie in Nederland 232.Google Scholar
  16. Kiryutina, V. I. (1959) Effects of Kidney tea on renal functions,Farmakol. i. Toksikol. 22, 375; (1964) ref, inChem. Zentralh. 1641.Google Scholar
  17. Kuhlmann, G. (1931) über den Indischen Nierentee Koemis Koetjing,Pharm. Ztg. 26, 367–370.Google Scholar
  18. Kurzen, F. (1958) Patent 1065132, West-Duitsland.Google Scholar
  19. Malingré, Th. M. (1975) Curcuma xanthorrhiza Roxb. (temoe lawak) als plant met galdrijvende werking,Pharm. Weekblad 110, 601–610.Google Scholar
  20. Martindale,The Extra Pharmacopoeia, 1977 Potassium Salts, The Pharmaceutical Press, London.Google Scholar
  21. Mc Clure, J. W. (1975)Physiology and functions of flavonoids In:The Flavonoids, edited byJ. B. Harborne. Chapmann and Hill, p. 970–1056.Google Scholar
  22. Merck Index (1910).Google Scholar
  23. Mercks Jahresberichte (1907) p. 205, Darmstadt.Google Scholar
  24. Mosser, J., M. Trouilloud, F. Fauran enP. Cros (1964)Pharmacologie des flavonoÏdes: aspects pharmacocinétiques Conférence présentée à l'Assemblée du Groupe de Polyphenols, Lyon.Google Scholar
  25. Ph. Ned. iv,Ibidem vi, 2e Uitgave.Google Scholar
  26. Nikonov, C. G. K., enA. A. Savina (1971) Phytochemical study of Orthosiphon stamineus,Farmatsiya 20, 29–31.PubMedGoogle Scholar
  27. Perinelle enGuyon (1887) Archives de pharmacie, p. 61.Google Scholar
  28. Rutenbeck, H. (1935) Klinische Untersuchungen über ein neues Präparat aus Koemis Koetjing, dem indischen Nierentee.Google Scholar
  29. Schneider, G., enH. S. Tan (1973)Deut. Apotheker-Ztg. 113, 201–202.Google Scholar
  30. Schumann, R. (1927)über die diuretische Wirkung von Koemis Koetjing. Proefschrift, Marburg.Google Scholar
  31. Schunck De Goldfiem, J. (1938) Etude de l'action medicamenteuse de l'Orthosiphon stamineus Benth.,La presse medicale 52, 1039–1042.Google Scholar
  32. Siedel, W. (1954)Med. Monatschr. 8, 535–543.Google Scholar
  33. Takacs, ö., S. Benkö, W. Varga, A. Antal ehM. Gábor (1972) Metabolism of Flavonoids,Angiologica 9, 175–180.PubMedGoogle Scholar
  34. H. S. Tan (1972)Die lipophilen Flavone in Folia Orthosiphonis. Proefschrift, Frankfurt a. Main.Google Scholar
  35. Tattje, D. H. E., enR. Bos (1978) Persoonlijke mededeling.Google Scholar
  36. Tunmann, O. (1908) Mikroskopisch-pharmakognostische Beiträge zur Kenntnis einiger neuerer Arzneidrogen,Pharm. Zentralh. 12, 219.Google Scholar
  37. Turowa, A. D., enG. N. Basaldores (1954) ref.in Chem. Zentralh. 511487.Google Scholar
  38. Verpoorte, R. (1979) Natuurstoffen als geno- ten geneesmiddelen,Pharm. Weekblad 114, 89–98.CrossRefGoogle Scholar
  39. Vogel, G. (1963) Zur Pharmakologie von Saponinen,Plant. Med. 11, 362.CrossRefGoogle Scholar
  40. Waard, P. F. W. De, enT. G. Loo (1977)Agricultural, technological and economic aspects of some selected medicinal plants, Proceedings 4th Symposium Pharmacognosy and Chemistry of Natural Products, Leiden.Google Scholar
  41. Westing, J. (1928)Weitere Untersuchungen über die Wirkung der Herba Orthosiphonis auf den menschlichen Harn. Proefschrift, Marburg.Google Scholar
  42. Zornig, H. (1911)Arzneidrogen, band 11. Klinkhardt Verlag, Leipzig, blz. 202.Google Scholar

Copyright information

© Bohn, Scheltema & Holkema 1979

Authors and Affiliations

  • W. Van Der Veen
    • 1
  • Th. M. Malingré
    • 1
  • J. H. Zwaving
    • 1
  1. 1.Laboratorium voor Farmacognosie en Galenische FarmacieGroningen

Personalised recommendations