Advertisement

Pharmaceutisch Weekblad

, Volume 2, Issue 1, pp 1194–1204 | Cite as

Kruidengeneeskunde

  • R. P. Labadie
  • J. H. Van Meer
Article

Samenvatting

De kruidentherapie wordt als alternatieve geneeskundige praktijk de laatste jaren in toenemende mate beoefend. Een groot deel van het Nederlandse publiek stelt er prijs op te worden voorgelicht alvorens een natuurgeneeskundige te bezoeken. Arts en apotheker met een taak in de eerstelijnsgezondheidszorg zullen op deze groeiende behoefte van de patiënt op adequate wijze moeten inspelen. Het gebruik van kruidengeneesmiddeien is gebaseerd op een langdurige empirische ervaring van werkzaamheid bij mensen.

Er zijn vvetenschappelijke gronden aanwezig om de vraag naar de werkzaamheid vooral te beantwoorden door onderzoekingen op het niveau van chemische en biologische interacties van de natuurstoffen welke in kruidengeneesmiddeien aanwezig zijn. Daarbij zullen in de eerste plaats algemene farmacologische screenmethoden, zoals de ‘hippocratische screen’ vanMalone (1977) en verbeterde klinische methoden gebruikt en ontwikkeld moeten worden.

De kwaliteit van geneeskruiden en nun bereidingen dient te worden gebaseerd op biosystematische en chemische criteria in een rechtstreeks verband met de werkzaamheid en de therapeutische toepassing. Kwaliteitsnormen kunnen in termen van gekwantificeerde chromatografische ‘fingerprints’ van voor de werkzaamheid relevante inhoudstoffen worden ontworpen.

Abstract

Phytotherapy as an alternative medical system is increasingly practised in recent years. A great part of the Dutch population demands to be informed by their physician before consulting a herbalist. Physicians and pharmacists with their important task in public health care should respond adequately to this growing need. The use of phytotherapeutics is based on a long standing empirical knowledge of their efficacy in man.

As for the experimental assessment of the efficacy it can scientifically be argued that solutions will be found by investigating the chemical and biological interactions of natural compounds occurring in phytotherapeutics. The use and development of general pharmacological screening methods like the so-called ‘hippocratic screen’ of Malone (1977) and improved clinical methods will be of particular importance. The quality of crude drugs and their preparations are to be based on biosystematic and chemical criteria in a straight correlation with the efficacy and the therapeutic use. Quality standards in terms of quantified Chromatographie ‘fingerprints’ of those constituents relevant for the efficacy can be elaborated.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. Berg, A. J. J. Van Den, R. P. Labadie, J. H. Van Meer, M. B. M. Morriën, W. G. Van Der Sluis enC. J. Versprille (1980) In:Plantaardige geneesmiddelen in de gezondheidszorg (Labadie, R. P., ed.) Bohn, Scheltema & Holkema, Utrecht, 146.Google Scholar
  2. Braun, H. (1978)Heilpflanzen-Lexikon für Ärzte und Apotheker (Anwendung, Wirkung und Toxikologie), dritte, erweiterte Auflage, Gustav Fischer Verlag, Stuttgart.Google Scholar
  3. Brommer, E. P. J., J. J. Veltkamp enJ. G. Eernisse (1976) In:De fysiologische basis van klinisch laboratoriumonderzoek (Croughs, R. J. M., enH. C. Hemker, eds.) Oosthoek, Scheltema & Holkema, Utrecht, 398.Google Scholar
  4. Efron, D. H., B. Holmstedt enN. S. Kline (eds.) (1979)Ethnopharmacologic Search for Psychoactive Drugs, Raven Press, New York.Google Scholar
  5. Evans Schultes, R. (1972) In:Plants in the Development of Modern Medicine (Swain, T., ed.) Harvard University Press, Cambridge, Massachusetts, 103.Google Scholar
  6. Hänsel, R. (1972) In:Plants in the Development of Modern Medicine (Swain, T., ed.) Harvard University Press, Cambridge, Massachusetts, 161.Google Scholar
  7. Hänsel, R. (1974)Der informierte Apotheker 2, 399–408.Google Scholar
  8. Hegnauer, R. (1980) In:Plantaardige geneesmiddelen in de gezondheidszorg (Labadie, R. P., ed.) Bohn, Scheltema & Holkema, Utrecht, 3.Google Scholar
  9. Humans, A. F. H. (1961)Het zogenaamde werkzame bestanddeel van een drietal plantaardige geneesmiddelen. Dissertatie, Utrecht.Google Scholar
  10. Ieven, M., D. A. Vanden Berghe, F. Mertens enA. J. Vlietinck (1979)Planta Medica 36, 311–321.Google Scholar
  11. Ieven, M., D. A. Vanden Berghe enA. J. Vlietinck (1980) In:Plantaardige geneesmiddelen in de gezondheidszorg (Labadie, R. P., ed.) Bohn, Scheltema & Holkema, Utrecht, 118.Google Scholar
  12. Jonkers, J. R., enF. W. H. M. Merkus (1978) In:Het voorschrijven van geneesmiddelen (Merkus, F. W. H. M., ed.) Bohn, Scheltema & Holkema, Utrecht, 228.Google Scholar
  13. Keuning, J. C. De (1951)Chemisch en pharmacologisch onderzoek naar de waarde van tijmpreparaten. Dissertatie, Utrecht.Google Scholar
  14. Labadie, R. P., enM. B. M. Morriën (1978)Pharm. Weekblad 113, 1–9.Google Scholar
  15. Lagendijk Opinie-onderzoek (1980) Meningen over en ervaringen met de natuurgeneeskundige, Apeldoorn.Google Scholar
  16. Leclerc, H. (1976)Précis de phytothérapie (Essais de thérapeutique par les plantes françaises), cinquième édition, Masson, Paris - New York - Barcelona - Milan.Google Scholar
  17. Lewis, W. H., enM. P. F. Elvin-Lewis (1977)Medical Botany (Plants affecting man's health), John Wiley & Sons, New York - London - Sydney - Toronto.Google Scholar
  18. List, P. H., W. Schmid enE. Weil (1969)ArzneimittelForsch. 19, 181–185.Google Scholar
  19. Malone, M. H., enR. C. Robichaud (1962)Lloydia 25, 320–332.Google Scholar
  20. Malone, M. H. (1977) In:New Natural Products and Plant Drugs with Pharmacological, Biological or Therapeutical Activity (Wagner, H., enP. Wolff, eds.) Springer-Verlag, Berlin - Heidelberg - New York.Google Scholar
  21. May, G., enG. Willuhn (1978)Arzneimittel-Forsch. 28, 1–7.Google Scholar
  22. Menssen, H. G. (1971)Deut. Apotheker-Ztg. 111, 774–776.Google Scholar
  23. Merkus, F. W. H. M., enA. M. J. A. Duchateau (1973)Pharm. Weekblad 108, 875–878.Google Scholar
  24. Merkus, F. W. H. M. (1974)De kwaliteit van de huidige farmacotherapie, De Erven Bohn bv, Amsterdam.Google Scholar
  25. Merkus, F. W. H. M., enA. M. J. A. Duchateau (1978) In:Het voorschrijven van geneesmiddelen (Merkus, F. W. H. M., ed.) Bohn, Scheltema & Holkema, Utrecht, 100.Google Scholar
  26. Morton, J. F. (1977)Major Medicinal Plants (Botany, Culture and Uses), Charles C. Thomas, Springfield, Illinois (USA).Google Scholar
  27. Schaaf, H. J. Van Der, A. F. H. Humans enG. P. M. Beckers (1960)Vademecum voor de phytotherapie, Stafleu & Zn., Leiden.Google Scholar
  28. Spaich, W. (1978)Moderne Phytotherapie, Karl F. Haug Verlag, Heidelberg, 29.Google Scholar
  29. Swain, T. (1972)Plants in the Development of Modern Medicine, Harvard University Press, Cambridge, Massachusetts, USA.Google Scholar
  30. Takagi, K., enY. Ishii (1967)Arzneimittel-Forsch. 17, 1544–1547.Google Scholar
  31. Takagi, K., S. Okabe enR. Saziki (1969)Japan J. Pharmacol. 19, 418–426.Google Scholar
  32. Wagner, H., enP. Wolff (1977)New Natural Products and Plant Drugs with Pharmacological, Biological or Therapeutical Activity, Springer-Verlag, Berlin-Heidel-berg - New York.Google Scholar
  33. Watt, J. M. (1972) In:Plants in the Development of Modern Medicine (Swain, T., ed.) Harvard University Press, Cambridge, Massachusetts, USA, 67.Google Scholar
  34. Weiss, R. F. (1974)Lehrbuch der Phytotherapie, Hippokrates Verlag, Stuttgart.Google Scholar

Copyright information

© Bohn, Scheltema & Holkema 1980

Authors and Affiliations

  • R. P. Labadie
    • 1
  • J. H. Van Meer
    • 1
  1. 1.Sectie FarmacognosieFarmaceutisch Laboratorium, Subfaculteit FarmacieGH Utrecht

Personalised recommendations