Springer Nature is making SARS-CoV-2 and COVID-19 research free. View research | View latest news | Sign up for updates

Vóór of tegen Gemeentelijk Bedrijf

  • 24 Accesses

This is a preview of subscription content, log in to check access.

References

  1. 1)

    In de raadszitting vermeld op bl. 445.

  2. 2)

    In zijn artikel «Gemeentebedrijven in Engeland»: Handelsblad van 23 April 1903. Ter beschikking van de redactie van dit Tijdschrift gesteld.

  3. 1)

    «Het is zeker, dat de gemeente altijd het geld even voordeelig, misschien voordeeliger, zal kunnen krijgen dan vele maatschappijen.” Notulen I, bl. 19.

  4. 2)

    «On s'en va répétant, et beaucoup de gens croient profondément, qu'une corporation peut fournir meilleur et à meilleur compte parce qu'elle n'a point à assurer de bénéfices à un capital étranger, et l'on invoque cet argument, pour enflammer les enthousiasmes, que les capitalistes étrangers qui fondent ou aident à fonder une entreprise quelconque s'efforcent par tous les moyens possibles d'exploiter la ville et ses habitants dans leur intérêt personnel. Malheureusement il ne faut pas oublier qu'une municipalité ne peut se passer de capital privé. Le capital qu'elle emploie de la sorte pour son exploitation n'a pas été souscrit comme dans une société, mais il a été emprunté, et cela revient quelque peu au même.” Bl. 181.

  5. 3)

    «Bien des gens se figurent que, là où une société réalise des profits, une commune est à même d'en faire tout autant; mais c'est une erreur grossière, d'abord parce qu'une société est créée et organisée dans le but spécial de l'exploitation qu'elle fonde, que son état-major est pris à cause de ses connaissances particulières et techniques, ou tout au moins parce que les gens qui le composent ont des intérêts directs et personnels au succès de l'affaire.” Bl. 181.

  6. 1)

    «En somme, on prétend que le municipal trading saura délivrer de ‘l'exploitation des capitalistes’, tandis que c'est uniquement au cas d'une entreprise communale fondée avec des capitaux empruntés, qu'on peut voir ces capitalistes ne rien risquer et être assurés de réaliser un bénéfice fort honnête, lors même que les affaires de l'entreprise ne prospéraient pas.” Bl. 181.

  7. 1)

    Verg. bl. 454 hiervôòr.

  8. 2)

    Councillors are elected to represent the people, and should not, therefore, serve on the boards of companies, which supply the people with necessary public services. Even if they do not vote in the Council when their company's interests are discussed, they are there to exercise an influence antagonistic to the position of a public servant.” Donald bl. 492.

  9. 3)

    Een der weinige punten, waarmede ik mij in de Lezing-Nolthenius heb kunnen vereenigen, is geweest waar ook hij op onderscheidene gebreken in de gemeentelijke leiding de aandacht vestigde; doch tevens sprak hij onderschattend van de door hemzelf aangegeven geneesmiddelen, waarmede ik niet kon instemmen. Zoo b.v. acht ik het eene heilrijke hervorming, wanneer de gemeente de wethouders kon verkiezen, ook met het oog op herkiezingen, daar de collegialiteit nu soms niet toelaat minder geschikte wethouders te vervangen.

  10. 1

    «Het is meer gezien, dat een college zwakker werd naarmate het dichter werd bezet. De zucht om op anderen dan op zich zelven te rekenen voor de afdoening van den arbeid wordt er door in de hand gewerkt.” Oppenheim II, bl. 53–54. — Het Leidsche gemeentebestuur schijnt dit m. i. goed ingezien te hebben.

  11. 1)

    Vragen des Tijds, 1898, dl. I, bl. 6.

  12. 2)

    Ik vestig de aandacht van den belangstellenden lezer op de Handelingen van den Haagschen gemeenteraad dd. 6 April 1903, waar de heer Edersheim, gesteund door mij, eene behoorlijke werkwijze der Bijstandscommissiën voorstond. De meerderheid van den Raad bleek er weinig, veel te weinig, voor te gevoelen. 't Is toch werkelijk hier Tua res agitur.

  13. 1)

    Zie Bijlage No 881 der Handelingen van 1902.

  14. 2)

    Zie bl. 380–382 der Handelingen.

  15. 1)

    Dl. II, bl. 173 vv.

  16. 2)

    Verg. hiervòòr bl. 444.

  17. 3)

    Bl. 171.

  18. 1)

    «Cela est d'autant plus dangereux que, la mode aidant, les conseils municipaux négligent volontiers des questions aussi importantes que le traitement des eaux d'égout ou l'alimentation d'eau.” Bl. 180.

  19. 2)

    Zie Bijl. No 759, jaar 1901, van de Handelingen des Haagschen gemeenteraads met eene courantenpolemiek tot besluit! Kenschetsend is ook daarin de bestrijding der cijfers van de bevolkingskolommen. In het bestreden stuk had men hiervoor twee kolommen: een «volgens bureau voor de statistiek”; een ander «volgens jaarverslagen der duinwaterleiding”, welke cijfers ten aanzien van verschillende jaren niet overeenkwamen. Nu is er absoluut niets onverstandigs in, dat men bij de berekening van de toekomst eener waterleiding-onderneming, eene begrooting maakt ten aanzien van de te verwachten vermeerdering der bevolking, gegrond op de vermeerdering in de laatst verloopen jaren; en wanneer men nu twee kolommen heeft, waarin dat verleden verschillend staat opgegeven, is er evenmin iets in gelegen, dat men de toekomstberekening aanwijst met dezelfde hoofden, althans voor verstandige lezers. Nochtans wordt in de bestrijding te kennen gegeven van «nimmer te hebben hooren spreken van iemand, die zijn status opmaakt voor latere tijden”, en dat men zich daarom tot het bureau der statistiek had gewend, waar tot «onuitsprekelijke verbazing” vernomen werd, dat de statistiek die toekomstcijfers niet had geleverd!!

  20. 3)

    Zie het waardig en verontwaardigd afscheidschrijven van het raadslid H. P. N. Halbertsma in de Bijlagen der Haagsche gemeenteraadshandelingen van 1902, onder No 847.

  21. 1)

    Referaat, bl. 16.

  22. 2)

    Bl. 439 van het Gidsartikel, aangehaald in noot 3 bl. 440 hiervòòr.

  23. 3)

    Zie No 714 der Bijlagen van 's Raads Handelingen 1902.

  24. 1)

    Het voorstel in de aangehaalde Bijl. No 714, werd breeder door Burgemeester en Wethouders toegelicht in Bijl. No 732, nadat het raadslid Edersheim en schrijver dezes een tegenvoorstel hadden ingediend. Een nota in Bijl. No 889 van die raadsleden volgde daarop; ter zitting van 30 December 1902 besliste de Raad, overeenkomstig het voorstel dier heeren.

  25. 1)

    Verg. bl. 45 mijner op bl. 451 noot 2 vermelde Voordracht.

  26. 2)

    Met de nu voorgestelde afschrijving krijgt men een derde procedé, nevens toch de afschrijvingspercenten door den Staat verordend (1 pCt. voor de gebouwen en 4 pCt. voor het overige) en de terugbetaling in de 20 jaar van het geleende kapitaal. Dat zal me voor den boekhouder eene heele geschiedenis worden, op gevaar af, dat men den waren toestand niet meer overzien kan. Zie de opmerkingen bedoeld in noot 1, bl. 602.

  27. 1)

    Eigenlijk alleen op dit punt, ben ik geheel kunnen medegaan, wat in de Lezing-Nothenius werd opgemerkt. De Spreker gaf zóózeer mijne gedachten weer, dat hij met de woorden cijfers, en niets anders dan cijfers mijne eigen woorden gebruikte!

  28. 2)

    «Encore une fois, un tel résultat (van een deficit te Dublin) n'est pas exceptionnel puisque nous pourrions en citer autant pour Salford. Conventry, Cardiff, Cheltenham, Bedford: et cependant, dans ce déficit, on ne fait pas état de la dépréciation des installations et du matériel, alors qu'elle est si importante et inévitable dans une industrie qui, comme celle de l'électricité par exemple, se transforme aussi vite. En tenant compte de cette dépréciation, le plus souvent les bénéfices des corporations se transformeraient en pertes.” Bl. 183.

  29. 3)

    «Celle-ci est obligée de pourvoir à la dépréciation de ses installations, alors que rien n'y oblige la corporation, confiante dans ce qu'elle a toujours la ressource de recourir de nouveau à l'emprunt.” Bl. 181.

  30. 4)

    In zijn aangehaald artikel over Gemeente-financiën, bl. 9.

  31. 1)

    De heer L. van Zanten Jzn. in de Vragen des Tijds, 1898, 1e deel, bl. 42: «De juristen en het boekhouden”.

  32. 2)

    «Wetenschappelijke” balansen ter onderscheiding van de gewone jaarlijksche balansen der maatschappijen, ofschoon die evenzeer naar behoorlijke regelen worden opgemaakt. Genen strekken voor de juiste bepaling der reserve, welke bij levensverzekeringen slechts door eene ingewikkelde en langdurige berekening kan plaats vinden; vandaar de aanwijzing. Zie bl. 263 van het op bl. 545 noot 1 vermeld artikel-Van Geer.

  33. 3)

    8e Jaargang No 1, bl. 10. — Ter beschikking van de redactie van dit tijdschrift gegeven.

  34. 1)

    Op bl. 413–414.

  35. 2)

    Bl. 411.

  36. 1)

    Bl. 411.

  37. 2)

    Bl. 414.

  38. 1)

    Zie zijn artikel «De Financiën der vijf grootste Nederlandsche Gemeenten”, in De Economist van 1890, bl. 458 en 515. Blijkens bl. 461 is de Schrijver ook gestuit op hetgeen nog in den tekst volgt.

  39. 2)

    Bl. 61 van zijn praeadvies in de Vereeniging voor de Staathuishoudkunde en de Statistiek, jaar 1893.

  40. 1)

    «I allude, for instance, to the absurdity of including baths under the head of reproductive undertakings, and then deducting the loss from the profits of the trading enterprises before showing the final results.” Donald, bl. 494–495. — In de Meiaflevering 1903 van het Journal des Économistes, bl. 227 komt een nieuw artikel van Daniel Bellet voor over «Les manifestations nouvelles du municipalisme” tegen het gemeentelijk bedrijf; het is even weinig beteekenend, als dat van Robert Donald degelijk is.

  41. 2)

    Zie bij Donald het voortreffelijke hoofdstuk III: Does Municipal trading pay?

  42. 3)

    Zie hiervòòr bl. 457.

  43. 4)

    In het nommer van 5 Juli 1902, bl. 313: «De gemeente en het gas”.

  44. 1)

    Over den invloed der afschrijvingen op het dividend, zie men o. a. de juiste opmerkingen van den heer De Koning in zijn Ingenieur-artikel, bl. 7.

  45. 2)

    Over de beteekenis van het wetenschappelijke in balansen, heeft de hoogleeraar P. van Geer een nuttig artikel geschreven in de Vragen des Tijds van 1897, dl. II, bl. 259. Nietwetenschappelijk is bijv. het voordeelig verschil tusschen ontvangsten en uitgaven, zonder meer, als «winst” te beschouwen.

  46. 3)

    Notulen II, bl. 9.

  47. 1)

    In het nommer van 19 Juli 1902: «Daarom blijven wij bij onze opvatting: gestreefd moet worden naar levering tegen productieprijs. Natuurlijk behoeft de gemeente geen schade te lijden bij de exploitatie, en mag ze een eventueel zoet winstje gerust in haar zak steken; maar de gasfabricage mag niet zijn een opzettelijke winstmaking.”

  48. 2)

    Notulen II, bl. 33.

  49. 1)

    Verg. Oppenheim, bl. 416.

  50. 2)

    De Haagsche waterleiding heeft b.v., blijkens de begrooting voor 1903, in de Gemeentekas te storten, behalve eene ontvangst van f 617000, aan «retributie” f 111000; de Haagsche gasfabriek, behalve een vermoedelijk batig saldo van ruim f 130000, eene «uitkeering” ad f 614000.

  51. 3)

    In het aangehaald artikel van 5 Juli 1902, bl. 314.

  52. 4)

    In de nommers van 2 en 23 Juli 1902.

  53. 1)

    Het Sociaal Weekblad had namelijk geschreven (bl. 342): «Zoo is mij een gemeente bekend, die voor het opbreken van de straat per M2 75 cts. aan de gasfabriek in rekening brengt, terwijl zijzelf aan de straatwerkers niet meer dan 40 à 50 cts. betaalt.”

  54. 1)

    Ter beschikking van de redactie van dit tijdschrift gesteld.

  55. 1)

    «L'idéal poursuivi, c'est donc un moyen de taxation indirecte”. «Or, cette politique municipale est complètement fondée sur la protection, en même temps qu'elle est tout à fait en opposition avec la politique fiscale anglaise, qui a pour caractéristique l'abandon des taxes indirectes. Le socialisme municipal est une pratique de réaction, qui tend à faire payer cher au manufacturier la force motrice, ce pain de l'industrie.” Bl. 179 en 184.

  56. 2)

    Woorden van Thorbecke, aangehaald bij Oppenheim, bl. 137.

  57. 3)

    Notulen II, bl. 60.

  58. 4)

    Verg. bl. 593 hiervòòr.

  59. 5)

    Mr. Oppenheim, bl. 454.

  60. 6)

    Bijzonder aantrekkelijk is de lezing over deze beide bepalingen bij Oppenheim, bl. 476 vv.

  61. 1)

    In het aangehaald nommer van 5 Juli 1902: «Wat doet nu de gemeente met de winsten der gasfabriek? Ze gebruikt ze een-voudig om de jaarlijksche uitgaven te helpen dekken, m. a. w., ze laat de gasverbruikers accijns betalen, teneinde de directe belastingen te verlichten. Toen het gas een luxeartikel was, moge daar-voor raison bestaan hebben, nu het een verbruiksartikel begint te worden van het volk en het dat hoe langer hoe meer zal zijn en moet worden, omdat het er in allen deele de eigenschappen voor bezit, kan zulk een belasting niet anders dan ongeoorloofd heeten.”

  62. 2)

    «Zij laten zich vergelijken bij accijnzen, ja zij zijn dit inderdaad”, zegt Mr. N. G. Pierson in zijn Leerboek der Staathuishoudkunde, 2e druk (1902), dl. II bl. 418. Men leze dan echter tevens het voorbehoud op bl. 623 d. a. v.

  63. 3)

    Verg. Oppenheim bl. 136 en 499.

  64. 1)

    Vragen des Tijds 1893 dl. II, bl. 53.

  65. 2)

    Bl. 624 dl. II van zijn Leerboek.

  66. 1)

    Zie hiervòòr bl. 441.

  67. 2)

    Zie hiervòòr bl. 595. — «Wie deze gelden betalen? Oogenschijnlijk zijn het de maatschappijen zelven, maar dringen wij dieper door, dan bemerken wij spoedig, dat de betaling geschiedt door anderen, namelijk door hen, die van de diensten der maatschappijen gebruik maken.” Leerboek, dl. II, bl. 487.

  68. 3)

    «Het betalen eener vaste retributie houdt geenerlei rekening met de omstandigheid, dat vooraf niet te bepalen is welke vlucht de onderneming zal krijgen en is dus dit stelsel in 't algemeen af te keuren.” Uit het aangehaald weekblad De Ingenieur.

  69. 1)

    Zie de belangrijke opmerkingen in de Raadszitting van 18 Mei 1903, bl. 144 vv.

  70. 2)

    Zie bl. 457 hiervòòr.

  71. 3)

    Op bl. 498.

  72. 4)

    «En somme le Municipal Trading, considéré comme une forme d'imposition, est absolument injuste dans ses conséquences, puisqu'il charge tantôt une minorité au profit d'une majorité, et tantôt une majorité au profit d'une minorité, comme c'est le cas des profits donnés par une exploitation de tramways, et réalisés aux dépens de la clientèle modeste des tramways, à l'avantage de celui qui possède sa voiture.” Bl. 184. — Eenigszins grappig, dat zoo speciaal op equipage-houders de aandacht is gevallen. Het dagblad Européen, als autoriteit hier aangehaald door het Journal des Économistes in het op bl. 433 aangehaalde nommer van 15 December 1902, zegt althans ook: «Lorsqu'on a voulu faire payer tous ces frais par le service mis en régie, les consommateurs sont venus qui, en leur qualité d'électeurs, ont demandé l'abaissement des prix en disant que la commune n'était chargée de l'exploitation que dans l'intérêt général et qu'elle n'avait pas le droit de faire profiter, par example, les gens ayant voiture, de la nécessité pour les gens moins fortunés à prendre le tramway communal.”

  73. 1)

    Bl. 570.

  74. 1)

    Pierson's Leerboek II, bl. 412.

  75. 1)

    Bl. 432, noot 3.

  76. 2)

    In het Algemeen Handelsblad van 10 October 1902, waar de vraag wordt beantwoord: «of onze Gemeentebedrijven al dan niet aan eene opdrijving van productie-kosten lijden”.

  77. 3)

    Notulen I, bl. 19.

  78. 1)

    «Ajoutons que, pour la main-d'oeuvre, la municipalité ne peut pas se la procurer à meilleur marché que l'industrie privée, et que, de ce fait, ses frais de production ne sont point diminués. On pourrait même dire que son personnel comptant beaucoup d'électeurs, elle est forcée de leur consentir des avantages qui ne s'imposent nullement à la Société privée qui n'a pas de ces ménagements à prendre.” Bl. 182.

  79. 2)

    «Le désir de s'élever est une loi sociale aussi impérieuse que la loi physique de la pesanteur.” La tendance collectiviste van Adolphe Prins, Revue des Deux Mondes 1 November 1902, bl. 198.

  80. 3)

    Uit het Sociaal Weekblad van 18 October 1902, bl. 515.

  81. 4)

    «If he has absolutely no other resources than his labor, hunger brings him to his knees the very next morning.” — «Industrial Democracy” door Sidney en Beatrice Webb (1897), IIe deel, bl. 556.

  82. 1)

    Zie het advies van Burgemeester en Wethouders, dd. 1/5 November 1902, Bijlage Handelingen No 863.

  83. 2)

    Henriette Roland Holst-van der Schalk.

  84. 1)

    There is, moreover, no more striking feature of the municipal policy of the great provincial cities at the present moment than its attitude to Labour. If the great Municipalities do not yet fully recognise their responsibilities as model employers of labour much has been accomplished to this end.” «Municipalities at work” door Fredreik Dolman (1895), bl. 124. — In de Lezing-Nolthenius werd het tot model strekken, opgenomen in het streven der gemeenten naar een keurcorps, zooals de Spreker zich uitdrukte, doch daarover loopt de quaestie niet; het raakt de maatschappelijke opvatting.

  85. 1)

    «Le XIXième siècle a eu le tort d'attacher plus d'importance au problème de la production qu'à celui de la répartition; il a considéré comme essentiel de produire le plus de richesses possible et non de les distribuer le mieux possible; il n'a pas compris la nécessité de donner au développement des biens un but idéal; il a laissé croître l'opposition entre le mammonisme et le pauperisme: il n'a rien pu contre la démoralisation; il n'a pas senti que ce qui importe surtout à une civilisation, c'est la formation du caractère.” — Adolphe Prins in het op bl. 606 noot 2 hiervoren vermeld artikel, bl. 194.

  86. 2)

    Zie De XXe Eeuw van Maart 1903, bl. 276.

  87. 1)

    In het Handelsblad van 6 Februari 1903, Avondblad, Tweede blad. — In de Lezing-Nolthenius werd de ongelukkige houding der Amsterdamsche gemeentewerklieden als een waarschuwend voorbeeld, waar wij heengingen, in herinnering gebracht. — Ik kon niet nalaten de vraag te doen, waartoe wij dan toch, wanneer dit als eene aanwijzing moest worden beschouwd om terug te gaan, geschiedenis bestudeerden. Deze werklieden waren de verkeerde richting opgedreven door het bekende succes, dat er aan vooraf was gegaan. Welnu, wat zouden er van onze hoogere standen zijn, de vorstenhuizen er onder begrepen, wanneer onverdedigbare daden van willekeur, wetschennis en onderdrukking genoeg zouden geacht worden, om tegen hun bestaan, tegen hunne ontwikkeling, angstvol te preeken? En dan te bedenken, dat wij nu te doen hebben gehad met eene menigte, die nog ontwikkeling ontbreekt en die veel levensvreugde derft. Men vrage zich liever af, wat zou van onszelven wellicht onder dergelijke omstandigheden zijn geworden.

  88. 2)

    «Stenographischer Bericht über die Verhandlungen des 21. Congresses Deutscher Volkswirthe zu Königsberg in Preussen am 21 September 1883” (Berlijn 1883). — De aanhaling is uit het 11e boek van de Odysseus; zie o. a. Mr. C. Vosmaer's vertaling, bl. 161, regels 489–491, met het vreemde «verzwondene dooden”.

  89. 1)

    «La pudeur intelligente qu'ont les compagnies de ne montrer des intimités de leur ménage que strictement ce que la loi les empêche de cacher, me porte à croire qu'un sentiment de conservation bien compris leur révèle les dangers d'un étalage qui pourrait faire des envieux, des jaloux et, en tous cas, des trouble-fête. En Allemagne et en Suisse, òu l'assurance est publique, des documents offlciels font connaître à tout ceux, qui veulent bien les lire, la reponse à toutes les questions qui peuvent offrir un intérêt en matière d'assurance: statistiques détaillées sur les incendies, leurs causes, leur importance, leurs objets, cartes nuançant leur fréquence suivant les localités, primes et sinistres par pays, par province, par ville, par petites ou grandes agglomérations bâties.” — Bl. 52–53 van het rapport-Anderlecht, hiervoren in noot 1 op bl. 438 aangehaald.

  90. 2)

    Afl. December 1902 bl. 914, van De XXe Eeuw.

  91. 3)

    Afl. Maart 1903 bl. 227, van De XXe Eeuw.

  92. 1)

    Onlangs verschenen. Bl. 77.

Download references

Rights and permissions

Reprints and Permissions

About this article

Cite this article

van der Kemp, P.H. Vóór of tegen Gemeentelijk Bedrijf. De Economist 52, 574–612 (1903). https://doi.org/10.1007/BF02228085

Download citation