Springer Nature is making SARS-CoV-2 and COVID-19 research free. View research | View latest news | Sign up for updates

Nut, nuttigheid en objectieve gebruikswaarde

  • 24 Accesses

  • 1 Citations

This is a preview of subscription content, log in to check access.

Literatur

  1. 1)

    The Economics of Imperfect Competition, Londen 1934, blz. 211.

  2. 2)

    Op deze tweeledige beteekenis wijzen ook J. Viner, The Utility Concept in Value Theory and its Critics, Journal of Pol. Economy 1925, blz. 640 en L H. Haney, Value and Distribution, New-York-Londen 1939, blz. 235.

  3. 3)

    L. Schönfeld, Grenznutzen und Wirtschaftsrechnung, Weenen 1924, blz. 1.

  4. 4)

    Manuel d'economie politique, Parijs 19272, blz. 158/9: „L'ophelimité, pour un individu, d'une certaine quantité d'une chose .... est le plaisir que lui procure cette quantité”. Vgl. ook A. Marshall, Principles of Economics, Londen 1930s, blz. 93.

  5. 5)

    T.a.p. Een uitdrukkelijke omschrijving van nut als een- eigenschap der goederen ook bij E. H. Phelps Brown, The Framework of the Pricing System, Londen 1936, blz. 51 en J. H. Jones, The Economics of Private Enterprise, Londen 1930. blz. 204; laatstgenoemde beperkt het nutsbegrip welbewust tot deze beteekenis met uitsluiting van de andere.

  6. 6)

    S. Jevons, Theory of Political Economy, Londen 18792, blz. 47 en 49.

  7. 7)

    P. Rosenstein-Rodan, Grenznutzen, Handwörterbuch der Staatswissenschaften IV4, blz. 1191.

  8. 8)

    F. von Wieser, Theorie der gesellschaftlichen Wirtschaft, Tübingen, 19242, blz. 20.

  9. 9)

    R. Liefmann, Grundsätze der Volkswirtschaftslehre, deel I, Stuttgart-Berlijn 19202, blz. 288.

  10. 10)

    Vgl. I. Fisher, A Statistical Method for Measuring „Marginal Utility”, Economic Essays in Honor of J. B. Clark, New-York 1927, blz. 157 nt: „The true meaning is based not on pleasure but desire”.

  11. 11)

    Vgl. Rosenstein-Rodan, Grenznutzen t.a.p. blz. 1192.

  12. 12)

    L. M. Fraser, Economic Thought and Language, Londen 1937, blz. 78.

  13. 13)

    F. H. Knight, „What is Truth” in Economics ? Journal of Pol. Economy 1940, blz. 19. Vgl. A. C. Pigou, The Economics of Welfare, Londen 19324, blz. 23.

  14. 14)

    Der letzte Maszstab des Güterwertes, Gesammelte Schriften, Weenen-Leipzig 1924, blz. 408.

  15. 15)

    Aldaar; ook Positive Theorie des Kapitales, deel I, Jena 19214, blz. 165.

  16. 16)

    Positive Theorie, blz. 175 nt.

  17. 17)

    Theorie der gesellschaftlichen Wirtschaft, blz. 32.

  18. 18)

    Enkele voorbeelden t.a.p., blz. 93.

  19. 19)

    De wetenschap der volkshuishoudkunde en de grondslagen der volkshuishouding, Haarlem 19394, blz. 123, nt. 1.

  20. 20)

    Dit laatste zeer duidelijk bij von Böhm, Der letzte Maszstab des G üterwertes, blz. 408, en Verrijn Stuart, Volkshuishoudkunde, blz. 123.

  21. 21)

    Der letzte Maszstah des Güterwertes, blz. 408.

  22. 22)

    B.v. Verrijn Stuart, Volkshuishoudkunde, blz. 123; Prof. F. de Vries, Het sociale waardebegrip, Economische Opstellen, aangeboden aan Prof. C. A. Verrijn Stuart, Haarlem 1931, blz. 324; O. Morgenstern, Die drei Gundtypen der Theorie des subjektiven Wertes, in: Probleme der Wertlehre dl. 1 (Schriften des Vereins für Sozialpolitik dl. 1831), Mündien-Lzg. 1931, blz. 7 en 9.

  23. 23)

    Volkshuishoudkunde, blz. 120.

Download references

Rights and permissions

Reprints and Permissions

About this article

Cite this article

Hennipman, P. Nut, nuttigheid en objectieve gebruikswaarde. De Economist 92, 433–438 (1943). https://doi.org/10.1007/BF02201311

Download citation