Advertisement

Springer Nature is making SARS-CoV-2 and COVID-19 research free. View research | View latest news | Sign up for updates

De maatstaf der geldvoorziening

  • 13 Accesses

This is a preview of subscription content, log in to check access.

References

  1. 1)

    Neutraliteit van het geld in den hier verdedigden zin komt, gelijk ik zeide, neer op waardevastheid. Mijn opvatting van dit begrip stemt in wezen overeen met die van Pierson, Leerboek der Staathuishoudkunde, Band I, derde druk, blz. 660, v.v., waar deze concludeert, dat „de betrekking tusschen vraag en aanbod van ruilmiddelen standvastig moet zijn”, wil men van waardevastheid kunnen spreken. Een dergelijke opvatting vindt men bij C. A. Verryn Stuart, De toekomst van het goud, Haarlem 1917, blz. 12, v.v., die echter later tot een ander standpunt is gekomen. Mijn opvatting is ook verwant met die van Karl Menger en Ludwig Mises, die een onderscheid maken tusschen den „äusseren Tauschwert des Geldes”, het prijsniveau der goederen, dat zich kan wijzigen door oorzaken, zoowel bij het geld als zoodanig als bij de goederen gelegen, en den „inneren Tauschwert”, het geheel der factoren, die van de geldzijde het prijsnivau bepalen; alleen stabiliteit van deze laatste heeft belang. Vgl. voorts mijn Inleiding tot de Leer der Waardevastheid van het Geld, 's Hage 1919, blz. 118, v.v.

  2. 2)

    Deze laatste met inachtneming van den zg. differentiatiecoëfficiënt. Vgl. Dr. M. W. Holtrop, De omloopssnelheid van het geld, Amsterdam 1928.

  3. 1)

    Ik zou alleen een restrictie willen maken in dien zin dat ik alleen dan waardevastheid en neutraliteit gelijk acht, wanneer de waardevastheid van het geld gehandhaafd wordt, doordat men de geldrente gelijk maakt aan de reëele rente en niet b.v. door een rantsoeneeringspolitiek. Zie mijn „Beginselen der Geldtheorie”, pag. 88.

  4. 1)

    In de vergadering van de Vereeniging voor de Staathuishoudkunde en de Statistiek van 1929, gewijd aan het vraagstuk der prijsstabilisatie, was het de Heer A. C. van Pellecom, die terecht deze opmerking maakte.

  5. 2)

    Pro en Contra den Gouden Standaard, p. 25.

  6. 3)

    Zie mijne Beginselen der Geldtheorie, p. 67.

Download references

Rights and permissions

Reprints and Permissions

About this article

Cite this article

Verrijn Stuart, G.M. De maatstaf der geldvoorziening. De Economist 84, 695–726 (1935). https://doi.org/10.1007/BF02201111

Download citation