Advertisement

Springer Nature is making SARS-CoV-2 and COVID-19 research free. View research | View latest news | Sign up for updates

De opiumpacht

    This is a preview of subscription content, log in to check access.

    Literatur

    1. (*)

      Zie vorig No. blz. 848 volg.

    2. (*)

      Nota's betreffende het stelsel der opiumpscht op Java en Madura, enz. 1871–72, No. 137. Bijl. A, blz. 3 en 4.

    3. (†)

      Ibid blz. 1.

    4. (*)

      Zie Nota's betreffende het stelsel der opiumpacht op Java en Madura, enz. 1871–72, No. 137. Bijl. A, blz. 3 en 4.

    5. (*)

      Nota's bovell aangel.aald blz. 2.

    6. (†)

      Zie ookKoloniaal Verslag over 1805, blz. 134.

    7. (§)

      Nota's betreffende het stelsel der opiumpacht 1871–72, No. 137. Bijl. A, blz. 3.

    8. (*)

      De heer Castens is overtuigd, “dat er niet weinig inlandsche hoofden voorkomen, die gezegd worden geen opium te verbruiken, en het evenwel en zelfs in ruimte doen, en dat zelfs voorname hoofden dat doen. Nota's betreffende het stelsel der opiumpacht op Java en Madura, 1871–72, No. 137, blz. 1, 2.

    9. (†)

      Ibid. blz. 2.

    10. (*)

      Zie den hoofdzakelijken inhoud van des ministers schrijven in het advies van den direkteur van linanciën dd. 23 Mei 1867, te vinden in de meergenoemde Nota's betreffende het stelsel der opiumpacht op Java en Madura 1871–72, No. 137, blz. 5, Bijl. B.

    11. (*)

      Zie boven blz. 905 volg.

    12. (*)

      Nota's betreffende het stelsel der opiumpacht op Java en Madura 1871–72 No. 137, blz 5–13, Bijl. A.

    13. (*)

      Adv. van den R. v. Ind. 14 Juni 1867 (Nota's betreffende het stelsel der opiumpacht op Java en Madura 1871–72, No. 137, bladz. 18 volg.) De verlangde staat werd later overgelegd, en daaruit bleek, dat de verkoopprijs der opium vóór 1862 lager was dan na dat jaar, waaruit volgens het gevoelen van den R. v. Ind. “hezwaarlijk het bewijs geput kon worden, dat de consumtie zou zijn toegenomen.”

    14. (†)

      Nota's betreffende het stelsel der opiumpacht 1871–72, No. 137, bladz. 25 volg.

    15. (§)

      Zie boven blz. 839.

    16. (*)

      Nota's betreffende het stelsel der opiumpacht 1871–72, No. 137, blz. 26.

    17. (*)

      Nota's betreffende het stelsel der opiumpacht op Java en Madura 1871–72, No. 137, blz 29 volg., Bijl. K.

    18. (*)

      Men vindt die rede in de bijlagen van het Kol. Verslag van 1872.

    19. (†)

      Aanteekeningen I, blz. 33, 34.

    20. (§)

      Nota's betreffende het stelsel der opiumpacht 1871–72, No. 137, blz. 32, Bijl. L

    21. (**)

      Nota's betreffende het stelsel der opiumpacht 1872–73, No. 50, Bijl, V.

    22. (*)

      Aanteekeningen over kolon. onderwerpen, blz. 34.

    23. (†)

      Ind. Stbl. 1869, No. 81. Zie ookKolon. Verslag over 1869 (ingediend bij de 2e Kamer, zitting 1870–71, No. 14).

    24. (§)

      Ind. Stbl. 1869, No. 82. Voor 1871 zie Stbl. 1870, No. 160. In de pachtvoorwaarden van 1872 werd met betrekking tot de siram nog bepaald, dat wanneer zij in Turksche opium gevraagd werd, en de aanvrage hettweevoud van de tiban-hoeveelheid van het betrokken perceel voor ééne maand bepaald, overtrof, de toestemming van den directeur van tinauciën vereischt werd. Zie Ind. Stbl. 1871, No. 189.

    25. (*)

      Nota's betreffende het stelsel der opiumpacht 1872–73, No. 50, blz. 19.

    26. (†)

      Adv. van den R. v. Indie 16 April 1869. Nota's betreffende het stelsel der opiumpacht op Java en Madura, 1872–73, No. 50, Bijl. IX, blz. 28. De onjuistheid van de opvatting van den R. v. Indië wordt dan ook door den minister van Bosse in zijne aan de ind. regeering gerichte depêche van 14 April 1872 duidelijk aangetoond. Ibid. blz. 19.

    27. (§)

      Ind Stbl. 1870, No. 154, en 1871, No. 179.

    28. (**)

      Advies van den R. v. Indië van 1 Oct. 1869. Zie Nota's betreffende het stelsel van de kringen, binnen welken geen invoer of verkoop van opium wordt toegelaten, 1871–72, No. 137, Bijl. V, blz. 10.

    29. (*)

      Over dezen maatregel voert de heer Mijer tot zijne verdediging aan, dat hij van gevoelen veranderd is: “Ik erken gaarne, dat de beperking der verboden kringen niet strookt met de verklaring, die ik vroeger ter zake atlegde; doch ik vraag het iederen weldenkende of loutere zucht tot consequentie mij mocht terughonden van eene beschikking, die mij later bleek in het belang der bevolking en in dat der schatkist goverderd te worden.” Zie zijne bovenaangehaalde rede blz. 14.

    30. (*)

      Nota's 1872–73, No 50, blz. 16.

    31. (§)

      Koloniaal Verslag blz. 131. Vergel “Verbeteringen van het verslag.”

    32. (†)

      Ibid. blz. 130. Van Kediri had men nog geene opgaven entsangen.

    33. (*)

      Koloniaal Verslag 1872, blz. 131. Het was om daartegen te voorzien dat het bovenvermeldbesluit van den G.-G. van 27 Nov. 1871 (Ind. Stbl. no 189), waarvan wij boven op blz. 919 in de noot melding maakten , werd genomen.

    34. (§)

      Handelingen van de Tweede Kamer 1871–72, blz. 171.

    35. (§)

      Handelingen van de Tweede Kamer 1871–72, blz. 901 en volg.

    36. (†)

      Nl. de Bundel die sub No. 137 in de zitting 1871–72 is ingediend; de andere bundel, sub No. 50 in de zitting 1872–73 ingezonden, was het gevolg van het verzoek der commissie in wier handen de eerstgeuoemde bundel was gesteld.

    37. (**)

      Zie boven blz. 835.

    38. (§§)

      Ind. Stbl. 1872, No. 197. Het reglement van 1869 reeds in 1870 (Ind. Stbl. 171) gewijzigd, onderging nu alweder eenige wijzigingen. Zie Ind. Stbl. 1873, No. 196.

    39. (*)

      Ind. Stbl. 1872. No. 195.

    40. (§)

      Handelingen der tweede Kamer 1870–71, blz. 171.

    41. (†)

      Zie Advies van den heerKeuchenius van 21 Mei 1861, bovenvermeld op blz 839.

    42. (**)

      Koloniaal Onderw. I, blz. 45.

    43. (§§)

      Zie boven blz. 844.

    44. (*)

      Koloniaal Verslag 1873, blz. 173.

    45. (§)

      Ind. Stbl. 1854, No. 75.

    46. (**)

      In 1858 werd het eiland Nias voor het debiet gesloten. Zie Ind. Stbl. 1858, No. 84.

    47. (§§)

      Ind. Stbl. 1857, No. 4.

    48. (††)

      Ibid. 1857, No. 105.

    49. (*)

      Ibid. 1864, No. 112.

    50. (§)

      Ibid 1862, No. 110.

    51. (†)

      Zie boven blz. 919.

    52. (**)

      Ind. Stbl. 1870, No. 171.

    53. (§§)

      Ibid. 1870, No. 170.

    54. (††)

      Koloniaal Verslag over 1870, blz. 137.

    55. (***)

      Ind. Stbl. 1870, No. 177. Voor het volgende jaar golden dezelfde voor-waarden. De tiban werd op 1200 katties gesteld, en de prijs opf 122 de Turksche en f 118 de Bengaalsche opium per kattie, en voor de siram de prijs opf 22 enf 18 de kattie bepaald. Ind. Stbl. 1871, No. 173.

    56. (*)

      Koloniaal Verslag, blz. 137.

    57. (†)

      Koloniaal Verslag 1872. Zie “Verbetering” op blz. 131.

    58. (§)

      Ind. Staatsbl. 1872, No. 198.

    59. (**)

      Ibid. 1855, No. 71. Zie boven blz. 926.

    60. (††)

      Ibid. 1856, No. 59.

    61. (§§)

      Ibid. 1851, No. 24.

    Download references

    Rights and permissions

    Reprints and Permissions

    About this article

    Cite this article

    De opiumpacht. De Economist 22, 905–928 (1873). https://doi.org/10.1007/BF02199636

    Download citation