Dth
, Volume 21, Issue 3, pp 121-127

Vreemde oogbewegingen maken herinneringen minder levendig en minder emotioneel

Rent the article at a discount

Rent now

* Final gross prices may vary according to local VAT.

Get Access

Samenvatting

Bij Eye Movement Desensitization and Reprocessing (emdr) beweegt de patiënt de ogen lateraal, tijdens het ophalen van aversieve herinneringen. Bij gezonde proefpersonen werd nagegaan of dit ‘oogbewegen’ ertoe leidt dat, na de procedure, de herinneringen van kwaliteit veranderen. Dit was het geval. Oogbewegen leidde tot verminderen van levendigheid van latere herinneringen en tot mindere emotionaliteit van herinneringen. Dit effect was sterker dan bij controlecondities: tikken op een tafel of nietsdoen. Het effect trad op bij negatieve herinneringen en bij positieve herinneringen. Beide typen herinneringen werden door het oogbewegen minder levendig, terwijl negatieve herinneringen na oogbewegen minder negatief werden en positieve herinneringen minder positief. Dit suggereert dat emdr meer is dan een placebo. Er wordt kort gespeculeerd over de verklaring van dit fenomeen. De klinische implicatie van dit resultaat is dat emdr-achtige procedures beter kunnen zijn dan placebo, alhoewel andere behandelvormen aanzienlijk effectiever lijken te zijn. emdr-achtige procedures kunnen een bescheiden, maar helder te definiëren plaats hebben in de behandeling van posttraumatische stressklachten.

M. van den Hout is verbonden aan het Departement Medische, Klinische en Experimentele Psychologie van de Universiteit Maastricht.
M. Kindt is verbonden aan het Departement Medische, Klinische en Experimentele Psychologie van de Universiteit Maastricht.
P. Muris is verbonden aan het Departement Medische, Klinische en Experimentele Psychologie van de Universiteit Maastricht.
E. Salemink is verbonden aan het Departement Medische, Klinische en Experimentele Psychologie van de Universiteit Maastricht.
Dit artikel is een bewerking van ‘Autobiographical memories become less vivid and emotional after eye movements’, dat zal verschijnen in het British Journal of Clinical Psychology.