Dth

, 15:64

EMDR bij spinnenfobie: twee gevalsbeschrijvingen

Authors

  • Harald Merckelbach
  • Peter Muris
Article

DOI: 10.1007/BF03060109

Cite this article as:
Merckelbach, H. & Muris, P. DITH (1995) 15: 64. doi:10.1007/BF03060109
  • 27 Views

Samenvatting

Nogal wat auteurs geven hoog op van de effecten die met Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) te behalen zijn bij de behandeling van angststoornissen. Voor een aanzienlijk deel steunen deze loftuigingen op dubieuze casuïstiek, dat wil zeggen casuïstiek waarin de werking van EMDR wordt gedocumenteerd aan de hand van subjectieve en ongevalideerde uitkomstmaten. Dit artikel beschrijft twee spinnenfobische gevallen waarbij eerst EMDR en vervolgens exposure in vivo werd uitgevoerd. Behandelingseffecten werden geëvalueerd met zowel subjectieve als objectieve maten. De resultaten laten zien dat de gunstige effecten van EMDR zich vooral afspelen op het niveau van de subjectief gerapporteerde angst en veel minder spectaculair zijn wanneer het gaat om vermijdingsgedrag. Deze observatie stelt die EMDR–critici in het gelijk die beweren dat positieve zelfrapportage–maten na EMDR niet noodzakelijkerwijze hand in hand gaan met vergelijkbare gedragseffecten.

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 1995