, Volume 17, Issue 2, pp 153-167

Acidity and sweetness in apple and pear

Purchase on Springer.com

$39.95 / €34.95 / £29.95*

Rent the article at a discount

Rent now

* Final gross prices may vary according to local VAT.

Get Access

Summary

Sweetness and acidity in apple and pear inherit independently and can be organoleptically evaluated separately, but less accurately in pear than in apple. For breeding purposes an analysis of fruits for acidity and sweetness with pH indicator paper and a hand refractometer is to be prefered to the organoleptic method.

In apple, the acidity-decreasing with time-of the unripe fruit was already strongly indicative of that of the eating-ripe fruit; sugar-increasing with time-not before the fruit was picking ripe. Sugar content in apple and pear, and the pH in pear, appeared to be normally distributed; the pH in apple showed a segregation into an acid and a low-acid group, which occurred in both the unripe and ripe stage. The segregation ratio between these groups was found to be highly variable. On the whole, the mean acidity and sugar content of apple and pear progenies is significantly determined by that of the parents. Most of the observations made did not support the theory that low acidity in apple is determined by one recessive gene. The relationship between the pH of leaf juice and fruit juice in apple may offer a possibility for pre-selection.

Samenvatting

Zoet en zuur in appel en peer erven onafhankelijk van elkaar over en kunnen organoleptisch afzonderlijk worden bepaald; bij peer echter minder nauwkeurig dan bij appel.

Voor veredelingsdoeleinden is de analyse van de vruchten op zuur en zoet met behulp van pH-indicatorpapier en een handrefractometer te verkiezen boven de organoleptische methode.

Bij appel is de zuurheid-afnemend met de rijpheid-van de onrijpe vrucht in hoge mate positief gecorreleerd met die van de eetrijpe vrucht; suiker-toenemend met de rijpheid-pas als de vrucht plukrijp is.

Suikergehalte in appel en peer, en pH in peer, blijken normaal verdeeld te zijn; de pH bij appel vertoont een splitsing in een zure en een laag-zure groep, die zowel in het onrijpe als het rijpe stadium optreedt.

Het gemiddelde zuur-en suikergehalte van appel-en peerpopulaties wordt significant bepaald door dat van de ouders. Onze waarnemingen stemmen in het algemeen niet overeen met de theorie die zegt dat laag-zuur bij appel bepaald wordt door één recessief gen.

De relatie tussen de pH van bladsap en vruchtsap bij appel kan een mogelijkheid voor de voor-selectie bieden.