Date: 27 Feb 2011

Selectie op een combinatie van cognitieve en noncognitieve eigenschappen. Keuzes en ervaringen in de onderzoeksmaster Arts-Klinisch Onderzoeker (A-KO) te Maastricht

Samenvatting

Inleiding: In dit artikel wordt inzicht gegeven in de wijze waarop studenten geselecteerd worden voor de opleiding Arts-Klinisch Onderzoeker (A-KO) aan de Universiteit Maastricht. In de selectieprocedure worden zowel cognitieve als non-cognitieve kwaliteiten meegewogen. De Multiple Mini-Interview (MMI) methode heeft hierbij een centrale rol, terwijl een kennistoets wordt gebruikt als diagnostisch instrument ter bepaling van het kennisprofiel van de kandidaten en tevens als eerste stap om potentieel minder geschikte kandidaten te laten afvallen.

Resultaten: Sinds de start van de A-KO onderzoeksmaster in 2007 zijn vier selectieprocedures doorlopen, waarvan de eerste drie volledig zijn geanalyseerd. Na een kennistoets in de eerste ronde worden vijf tot zes mini-interviews afgenomen in de tweede ronde. Alle interviewers worden vooraf getraind. De selectiemethoden zijn acceptabel voor alle betrokkenen en induceren geen gendereffect. De betrouwbaarheid van de mini-interviews is voldoende, en de identiteit van de interviewer heeft geen significante invloed op de oordelen per interview.

Discussie en conclusie: De ervaringen met de selectie voor de A-KO onderzoeksmaster op basis van zowel cognitieve als non-cognitieve kwaliteiten door middel van een kennistoets en een serie mini-interviews zijn positief. Toekomstig onderzoek zal moeten uitwijzen of deze methode ook voorspellend is voor het studiesucces en voor het functioneren als arts-klinisch onderzoeker. (Guyaux J, oude Egbrink MGA, Heeneman S, Houben AJHM, Willekes C, Schuwirth LWT, Goeij AFPM de. Selectie op een combinatie van cognitieve en non-cognitieve eigenschappen. Keuzes en ervaringen in de onderzoeksmaster Arts-Klinisch Onderzoeker (A-KO) te Maastricht. Tijdschrift voor Medisch Onderwijs 2010;29(6):328–336.)

Summary

Introduction: Admission to the research master Physician-Clinical Investigator at Maastricht University is based on a procedure that takes account of both cognitive and non-cognitive qualities of applicants. Multiple mini-interviews are at the centre of the procedure, which additionally includes a knowledge test on biomedical and science-related topics.

Results: In this paper we present the results of the analysis of the findings and experiences of the first three of the four selection rounds that have been conducted since the start of the programme in 2007. The first step of the procedure is a written assignment and the second step consists of five to six mini-interviews, conducted by trained interviewers. The analysis shows that the selection methods are acceptable to all those involved and that there is no gender effect. The mini-interviews appear to be reliable and the identity of the interviewers does not significantly influence the outcomes of the interviews.

Discussion and conclusion: The initial experiences with the selection procedure for admission to the master’s degree programme Physician-Clinical Investigator, which is based on both cognitive and non-cognitive qualities, appear to be positive. Future research will have to determine whether the results of the procedure are predictive for successful performance in medical school and medical practice. (Guyaux J, oude Egbrink MGA, Heeneman S, Houben AJHM, Willekes C, Schuwirth LWT, Goeij AFPM de. Selection based on a combination of cognitive and non-cognitive qualities. Choices and experiences with the research master Physician-Clinical Investigator (A-KO) at Maastricht. Netherlands Journal of Medical Education 2010;29(6):328–336.)

psycholoog en onderzoeksassistent
medisch fysioloog en opleidingsdirecteur Geneeskunde
biologisch gezondheidkundige
bioloog
gynaecoloog
arts en onderwijskundige
experimenteel pathobioloog en programmadirecteur A-KO master