PMO-module psychische gezondheid verbetert werkfunctioneren in de zorg

Rent the article at a discount

Rent now

* Final gross prices may vary according to local VAT.

Get Access

Samenvatting

Omdat psychische klachten relatief veel voorkomen bij werknemers in de zorg en deze het functioneren in werk kunnen belemmeren, is voor verpleegkundigen en paramedici een module voor preventief medisch onderzoek (PMO) gericht op psychische gezondheid ontwikkeld. Het effect op het werkfunctioneren is onderzocht in een clustergerandomiseerd gecontroleerde studie. Een bedrijfsartsstrategie (online screening op verminderd werkfunctioneren en psychische klachten, digitale individuele feedback en een uitnodiging voor een preventief bedrijfsartsconsult) had een positief effect op werkfunctioneren ten opzichte van een controlegroep in de groep positief gescreenden. Een e-mental health strategie (dezelfde screening en individuele feedback gevolgd door advies-op-maat en het aanbod om een of meerdere zelfhulpinternetcursussen te volgen) had geen significant effect, mogelijk vanwege lage deelname aan de internetcursussen. Implementatie van de bedrijfsartsstrategie lijkt goed mogelijk.

Summary

Mental Vital i ty @ Work: a mental health module for Workers’ Health Surveillance can improve work functioning

Mental health complaints are relatively common in healthcare employees and can adversely affect their work functioning. Early interventions can prevent a worsening of complaints. Therefore, a mental health module for Workers’ Health Surveillance (WHS) was developed for nurses and allied health professionals. The effect on work functioning was studied 3 and 6 months after intervention. In the Mental Vitality@Work study two WHS strategies and a control group were compared in a cluster-randomised controlled trial. Both strategies started with online screening on impaired work functioning and mental health of nurses and allied health professionals at a Dutch academic medical centre (n=1,731), followed by personalised online feedback. In the more traditional ‘Occupational Physician (OP)-strategy’ employees who screened positive were then invited for a preventive consultation with an OP. The second strategy was an ‘e-mental health (EMH-) strategy’ in which employees were given tailored advice and the option to follow one or more self-help internet courses.

The participants were positive about the mental health module. Work functioning improved in all three groups, but the OP strategy had a positive effect on work functioning compared to a control group. After 3 and 6 months significantly more participants in the OP group showed a relevant improvement in work functioning compared with the control group. Compared to the control group the EMH group did not show a significant effect, possibly because of low participation in the courses on offer. There was no significant difference in the improvement of work functioning between the OP group and the EMH group over time. After 3 months more participants showed a relevant improvement in the OP group (46%) than the EMH group (30%), but this was not a significant difference (p=0.07).

Answering the questionnaire about work functioning and mental health can possibly raise awareness about work functioning and mental health. The OP strategy for mental health could lead to an even larger improvement of work functioning. Implementa tion of the OP strategy seems viable.

S.M. Ketelaar (promovenda),K. Nieuwenhuijsen (universitair docent), F.J.H. van Dijk en J.K. Sluiter (beiden hoogleraar en principal investigator) zijn werkzaam bij het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam. F.R. Gärtner was ten tijde van het onderzoek als promovenda werkzaam bij het Coronel Instituut en is nu als postdoc onderzoeker werkzaam bij de afdeling Medische besliskunde van het Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden. Linda Bolier (wetenschappelijk medewerker bij de afdeling Publieke geestelijke gezondheid) en Odile Smeets (projectmanager bij het Innovation Center of Mental Health & Technology (I.COM)) zijn werkzaam bij het Trimbos-instituut, Utrecht.