Huisarts en wetenschap

, Volume 55, Issue 5, pp 194–198

Eerste ervaringen met COPD-ketenzorg

  • Ivo Smeele
  • Marianne Meulepas
  • Caroline Meulemans
  • Ingrid Reus
  • Maarten Klomp
Onderzoek

DOI: 10.1007/s12445-012-0097-4

Cite this article as:
Smeele, I., Meulepas, M., Meulemans, C. et al. HUISARTS WETENSCHAP (2012) 55: 194. doi:10.1007/s12445-012-0097-4

Samenvatting

 

Smeele I, Meulepas M, Meulemans C, Reus I, Klomp M. Eerste ervaringen met COPD-ketenzorg. Huisarts Wet 2012;55(5):194-8.

Achtergrond

Ketenzorg voor chronisch zieken is een hot item, maar behalve voor diabetes is er nog weinig ervaring met ketenzorgprogramma’s voor bijvoorbeeld COPD, astma of cardiovasculair risicomanagement. Hoe organiseer je deze zorg, welke indicatoren gebruik je en hoe meet je de effecten? De Eindhovense zorggroep DOH heeft in 2009 ketenzorgprogramma’s opgezet voor patiënten met COPD en astma, en daarvoor integrale bekostigingscontracten afgesloten met twee verzekeraars.

Methode

Tijdens de implementatie van het COPD-ketenzorgprogramma is veel aandacht besteed aan de registratie van indicatoren met het oog op interne kwaliteitssturing en externe verantwoording. Naast de ‘standaard’ NHG-indicatoren voor COPD-huisartsenzorg werden ook aanvullende indicatoren geregistreerd, zoals exacerbaties, zelfmanagement (stoppen met roken en bewegen) en medicatie. De registraties maken het mogelijk de situatie in 2008 (vóórdat het ketenzorgprogramma van start ging) te vergelijken met die in 2010.

Methode

De prevalentie van COPD in de patiëntenpopulatie (ruim 98.000 in 2010) kwam overeen met de landelijke prevalentie: 1,9% in 2010. De helft van deze patiënten (0,9%) werd behandeld in de tweede lijn, van de overige 1% nam driekwart (0,75%) deel aan het ketenzorgprogramma. Het programma zorgde voor een aanzienlijke verbetering in de registratie: het aantal patiënten met een onduidelijke diagnose nam af van 1,5% in 2008 naar 0,02% in 2010. Bij de nulmeting in 2008 waren de meeste indicatoren bij minder dan 50% van de patiënten geregistreerd, in 2010 was dit bijna 80% voor de tien NHG-indicatoren (bij de aanvullende indicatoren was de vooruitgang kleiner). Het is aannemelijk dat de verbeterde registratie samen ging met een verbeterd zorgproces. Door onvoldoende registratie zijn er wat betreft patiëntuitkomsten nog geen conclusies te trekken.

Conclusie

Zelfs in een goed georganiseerde en zeer actieve zorggroep als de DOH heeft het tijd gekost (enige jaren) om de registratie van indicatoren in het reguliere zorgproces te integreren. Integrale bekostiging draagt bij aan betere registratie, maar er zijn praktische knelpunten die snelle implementatie belemmeren. Daarom is het aan te raden om te starten met een beperkte set indicatoren en pas na evaluatie daarvan te beginnen met het registreren van aanvullende indicatoren.

Abstract

 

Smeele IJM, Meulepas MA, Meulemans C, Reus I, Klomp MF. Implementation of integrated care in COPD. Huisarts Wet 2012;55(5):194-8.

Introduction

Implementation of integrated care through care groups and the use of indicators is subject for discussion, particularly in COPD, asthma and CVRM partly because there is little information available about the perceived effects and use of indicators.

Background

The care group DOH (2010, 98,685 registered patients) implements since 2009 integrated care for COPD and asthma using bundled payment contracts with health insurance companies.

Key measures of quality improvement

National COPD indicators GP care with additional indicators on exacerbations, self-management (stop smoking and exercise) and medication.

Effects

The prevalence (1.9%). was in concordance with national figures In 2010, 1% of the patients was treated in primary care (0.75% in care programme, 0.25% had no indication) and 0.9% in secondary care. The number of patients with an unclear diagnosis decreased from 1.5% in 2008 to 0.02%. At baseline (2008), most indicators were less than 50% registered after two years this increased to almost 80% in the COPD indicators GP care. The additional indicators improved less. It is likely that the improved registration is associated with improved care process. Because of incomplete recordings concerning patient outcomes, no conclusions can be drawn yet.

Lessons to be learnt

It takes several years before recording of care process is at a sufficient level, practical bottlenecks hamper the rapid implementation. Registration and extraction of additional indicators (and patient outcomes) is not recommended in the initial phase. The indicators can be used for both internal quality assurance and external accountability.

Copyright information

© Bohn, Stafleu van Loghum 2012

Authors and Affiliations

  • Ivo Smeele
    • 1
  • Marianne Meulepas
    • 2
  • Caroline Meulemans
    • 3
  • Ingrid Reus
    • 3
  • Maarten Klomp
    • 3
  1. 1.astma/COPDEindhovenThe Netherlands
  2. 2.Meetpunt Kwaliteit EindhovenEindhovenThe Netherlands
  3. 3.

Personalised recommendations