Huisarts en wetenschap

, Volume 54, Issue 5, pp 254–258

Jichtartritis

Authors

  • H.J.E.M. Janssens
    • afdeling EerstelijnsgeneeskundeHuisartspraktijk Lobede, Lobith-Tolkamer en UMC St Radboud
BESCHOUWING

DOI: 10.1007/s12445-011-0127-7

Cite this article as:
Janssens, H. HUISARTS WETENSCHAP (2011) 54: 254. doi:10.1007/s12445-011-0127-7
  • 28 Views

Samenvatting

Janssens HJEM. Jichtartritis. Huisarts Wet 2011;54(5):254–8. Jichtartritis is een aandoening die vooral in de huisartsenpraktijk veel voorkomt: 90% van alle patiënten wordt daar behandeld en slechts 10% bij de reumatoloog. Het is daarom verwonderlijk dat er binnen de huisartsgeneeskunde zo weinig onderzoek naar jichtartritis gedaan is. Een aantal recente onderzoeken in de eerste lijn hebben echter nieuwe inzichten opgeleverd over de diagnostiek, behandeling en cardiovasculaire prognose van dit oude ziektebeeld.

De diagnose jichtartritis is niet goed te stellen als men alleen afgaat op ‘kenmerkende’ klinische symptomen. Niet alleen de huisarts die dat probeert schiet nogal eens mis, maar ook de reumatoloog. Als opmaat naar de gouden standaard, het aantreffen van urinezuurkristallen in de gewrichtsvloeistof, beschikt de huisarts sinds kort over enige extra hulpmiddelen in de spreekkamer: een diagnostische beslisregel en een online jichtcalculator.

Jichtartritis blijkt vaak gepaard te gaan met cardiovasculaire en renale risico's. Jichtpatiënten zijn bijna altijd van gevorderde leeftijd, meer dan de helft heeft hypertensie en bijna eenderde heeft een cardiovasculaire aandoening. Daarom is bij jichtpijn een korte kuur prednison (30-50 mg eenmaal daags) te prefereren boven de gebruikelijke colchicine en NSAID's. Daarom ook moet men bij de diagnose jichtartritis altijd het cardiovasculair risico van de patiënt in kaart brengen. Wanneer hierbij diuretica in het spel zijn, hoeven deze niet vermeden te worden.

Abstract

Janssens HJEM. Gouty arthritis. Huisarts Wet 2011;54(5):254–8.

Gouty arthritis is frequently seen in primary care: 90% of all patients are treated in this setting and only 10% of them are referred to a rheumatologist. It is therefore somewhat surprising that there is little research on gouty arthritis in primary care, although recent studies provide new insights into the diagnosis, treatment, and cardiovascular prognosis of this disorder. The diagnosis should not be based solely on the presence of ‘characteristic’ clinical signs. While the diagnostic gold standard is the presence of uric acid crystals in synovial fluid, a diagnostic algorithm and on-line gout risk calculator are now available to assist general practitioners. Gouty arthritis is often accompanied by an increased risk of cardiovascular or renal disorders. Most patients are elderly, more than a half have hypertension, and nearly a third have a cardiovascular disorder. For this reason, cardiovascular risk management is advised in patients with gouty arthritis. As treatment, a short course prednisone (30–50 mg once daily) is to be preferred to the more commonly prescribed colchicine or NSAIDs. There is no need to withdraw diuretics if they are used for cardiovascular risk management.

Copyright information

© Bohn, Stafleu van Loghum 2011