Huisarts en wetenschap

, Volume 54, Issue 5, pp 238–243

Huisarts of ketenzorg: wat wilde de diabetespatiënt?

Authors

  • K.J. Gorter
    • Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns GeneeskundeUMC Utrecht
  • G.H. Tuytel
    • Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns GeneeskundeUMC Utrecht
  • R.R.J. de Leeuw
    • Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns GeneeskundeUMC Utrecht
  • G.E.H.M. Rutten
    • Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns GeneeskundeUMC Utrecht
ONDERZOEK

DOI: 10.1007/s12445-011-0122-z

Cite this article as:
Gorter, K., Tuytel, G., de Leeuw, R. et al. HUISARTS WETENSCHAP (2011) 54: 238. doi:10.1007/s12445-011-0122-z

Samenvatting

 

Gorter KJ, Tuytel GH, De Leeuw RRJ, Rutten GEHM. Huisarts of ketenzorg: wat wilde de diabetespatiënt? Huisarts Wet 2011;54(5):238–43.

Doel

Voorafgaand aan de invoering van de keten-dbc diabetes is niet geïnformeerd naar de voorkeuren van patiënten. Wij wilden nagaan in hoeverre zij tevreden waren over de destijds geleverde zorg en aan wie zij de voorkeur gaven als diabeteszorgverlener.

Methoden

Vragenlijstonderzoek onder patiënten met type-2-diabetes in de eerste en tweede lijn in 2007, voorafgaand aan de invoering van de keten-dbc diabetes.

Resultaten

In 2007 vulden 994 opeenvolgende patiënten, van wie 792 in de eerste lijn, de vragenlijst in. De belangrijkste zorgverlener in de eerste lijn was voor 68% van de patiënten de diabetesverpleegkundige of praktijkondersteuner, in de tweede lijn voor 78% van de patiënten de internist. Ongeveer de helft was tevreden over de zorgverlening door huisarts of specialist; ruim tweederde was tevreden over de diabetesverpleegkundige/praktijkondersteuner. Patiënten met een complexere behandeling gaven de voorkeur aan een in diabetes gespecialiseerde huisarts, en voor de driemaandelijkse controle aan een verpleegkundige of praktijkondersteuner.

Conclusie

Veel diabetespatiënten worden het liefst begeleid door een diabetesverpleegkundige/praktijkondersteuner. Zijn zij tevreden over de huisarts, dan is dat vooral vanwege de vertrouwensband en minder vanwege diens kennis over diabetes. Patiënten met een complexere behandeling kiezen eerder voor een in diabetes gespecialiseerde huisarts en laten de driemaandelijkse controles het liefst verrichten door een diabetesverpleegkundige. Betere afstemming van de samenwerking tussen huisarts en verpleegkundige, en meer aandacht voor multidisciplinaire diabeteszorg in de huisartsenopleiding, lijkt gewenst.

Abstract

 

Gorter KJ, Tuytel GH, De Leeuw RRJ, Rutten GEHM. Who should treat diabetes patients? Huisarts Wet 2011;54(5):238–43.

Aim

Patient preferences were not investigated prior to the introduction of the Dutch Multidisciplinary Diabetes Care Protocol. We assessed how satisfied patients were with the care provided before the introduction of the protocol and their preference for diabetes care provider.

Methods

Cross-sectional questionnaire survey held in 2007 among patients with type 2 diabetes seen in primary (general practice) or secondary (out-patient clinics) care in the Netherlands, prior to the introduction of the Multidisciplinary Diabetes Care Protocol.

Results

Data from 994 consecutive patients, 792 of whom were seen in primary care, were collected in 2007. The mean age was 65 years, 54% were male, 97% were Caucasian, and 21% had a low level of education. In primary care, the practice or diabetes nurse was the main care provider in 68% of the patients, and in secondary care this was the internist in 78% of the patients. About half of the patients were satisfied with the quality of care provided by their general practitioner (GP) or specialist, and more than two-thirds were satisfied with the care provided by the diabetes or practice nurse. Patients with complex treatment regimens preferred to be treated by a GP specialized in diabetes, and to see a practice nurse at their 3 monthly visits.

Conclusion

Many patients with diabetes would prefer to be supervised by a practice or diabetes nurse. Patients’ satisfaction with the quality of care provided by their GP was based mainly on their trust in him/her and less on his/her knowledge of diabetes. Patients with complex treatment regimens preferred to be treated by a GP specialized in diabetes and to see a diabetes nurse for their three-monthly control visits. Better teamwork between GPs and nurses would seem appropriate, as would greater emphasis in the GP training programme on the multidisciplinary nature of diabetes care.

Copyright information

© Bohn, Stafleu van Loghum 2011