, Volume 44, Issue 2, pp 72-80
Date: 19 Mar 2013

Wat weten de patiënt en zijn hulpverlener: de meerwaarde van een huisbezoek door de praktijkondersteuner bij de medicatiebeoordelingen van patiënten met polyfarmacie in de eerste lijn

Rent the article at a discount

Rent now

* Final gross prices may vary according to local VAT.

Get Access

Abstract

Background

Polypharmacy in older people should be addressed by an annual review of the chronic medication. In the PIL-study this was done by an integrated approach by GP, practice nurse, pharmacist, specialist and patient. All patients were first visited at home by the practice nurse.

Research questions

What ‘over the counter’ (OTC) medications do polypharmacy patients use? Do they know the indications of the prescribed medication? Does medication use according to the patient match with medication use according to the records of GP and pharmacist?

Method

Inclusion criteria were: age 60 years or older, daily use of five or more chronic medications, mental competence, and adequate command of the Dutch language. All patients were visited at home by the practice nurse, who made an inventory of the actual drug use.

Results

Five hundred fifty patients used a total of 5576 drugs, including 527 (9.4%) OTC medication. Patients knew the indication of 64% of the prescribed medication. The number of prescribed drugs that a patient actually used did not match the numbers known to GP and pharmacist. In 60.4% of all medication prescriptions there was complete agreement between GP, pharmacist and patient. On a patient level agreement was 18.7%.

Conclusions

Home visits by the nurse practitioner to make an inventory of the medication as reported by the patient seem to have an added value.

Samenvatting

Achtergrond

Om polyfarmacie bij ouderen aan te pakken wordt een jaarlijkse beoordeling van de chronische medicatie aanbevolen. In de PIL-studie gebeurde dit door een geïntegreerde aanpak door huisarts, praktijkondersteuner, apotheker, specialist en patiënt. Hierbij werden alle patiënten thuis bezocht door de praktijkondersteuner.

Vraagstelling

Welke zelfzorgmedicatie gebruiken polyfarmacie patiënten? Kennen patiënten de indicaties van de voorge-schreven medicatie? In hoeverre komen medicatiegebruik volgens de patiënt, en volgens de registraties van huisartsen en apothekers met elkaar overeen?

Methode

Inclusiecriteria waren leeftijd 60 jaar of ouder, dagelijks gebruik van vijf of meer chronische geneesmiddelen, wilsbekwaamheid, en voldoende beheersing van het Nederlands. Alle patiënten werden thuis bezocht door de praktijkondersteuner, die het daadwerkelijk medicijngebruik inventariseerde.

Resultaten

Vijfhonderdvijftig patiënten van 60 jaar of ouder met polyfarmacie gebruikten in totaal 5576 medicijnen, waarvan 527 (9,4%) zelfzorgmedicatie. Patiënten kenden van 64% van de voorgeschreven geneesmiddelen de indicatie. Het aantal voorgeschreven geneesmiddelen dat een patiënt daadwerkelijk gebruikt komt niet overeen met wat bij huisarts en apotheker bekend is. Bij 60,4% van alle voorgeschreven medicatie was er volledige overeenstemming in voorschrift en gebruik bij huisarts, apotheker en patiënt. Op patiëntniveau was de overeenstemming 18,7%.

Conclusies

Inventarisatie van het medicatiegebruik door een praktijkondersteuner bij de patiënt thuis lijkt meerwaarde te hebben.