, Volume 69, Issue 5, pp 51-55

Prevalentie, oorzaken en risicofactoren van (ijzergebreks)anemie bij kinderen in het Juliana Kinderziekenhuis, gevonden bij preoperatief onderzoek

Purchase on Springer.com

$39.95 / €34.95 / £29.95*

Rent the article at a discount

Rent now

* Final gross prices may vary according to local VAT.

Get Access

Summary

In the Juliana Children Hospital, during one year, starting in April 1999, an investigation was carried out about the prevalence and causes of anaemia in children seen during preoperative screening for surgery in day-care treatment. Children with iron deficiency anaemia were matched with controls to determine risk factors. In total 2800 children were seen during preoperative screening, 90 (3,2%) of whom had a haemoglobin (Hb) lower than 6,6 mmol/l. The anaemia of 49 children of whom on second testing 14 out of 49 children had an Hb > 6,5 mmol/l, was subject to further examination. Of the remaining 35 children left, 2 had anaemia due to chronic infection, 5 had ß-thalassaemia minor and 28 had iron deficiency. 26 children with iron deficiency anaemia were compared with a matched group of 43 children without anaemia. The controls had significant higher mean intake of iron in their diets compared to the iron deficiency anaemia group. Prevalence of iron deficiency anaemia was higher in the migrant population and higher if people had low levels of education. Better education of these groups regarding dietary intake of iron might be one of the measures needed for the prevention of iron deficiency anaemia.

Samenvatting

Van april 1999 tot en met maart 2000 werd er in het Juliana Kinderziekenhuis (jkz) een onderzoek verricht naar prevalentie en oorzaken van anemie bij kinderen die werden gezien voor preoperatief onderzoek ten behoeve van chirurgische ingrepen in dagbehandeling. Kinderen met ijzergebreksanemie werden vergeleken met een controlegroep om risicofactoren op te sporen. Van de 2800 kinderen hadden 90 (3,2%) een hemoglobinegehalte (Hb) van ≥ 6,5 mmol/l. Bij 49 kinderen werd de anemie nader geanalyseerd. Bij 14 kinderen bleek bij herhaald onderzoek het Hb inmiddels > 6,5 mmol/l te zijn. Wat betreft de 35 resterende kinderen, bleek de anemie bij 2 patiënten het gevolg te zijn van een chronisch ontstekingsproces, bij 5 patiënten van ß-thalassemie dragerschap en bij 28 van ijzergebrek. 26 kinderen met ijzergebreksanemie werden vervolgens vergeleken met een gematchte controlegroep van 43 kinderen. De controlegroep bleek een significant hogere gemiddelde ijzerinname met de voeding te hebben. Kinderen met ijzergebreksanemie bleken vaker afkomstig te zijn uit allochtone gezinnen en ouders met een lager opleidingsniveau te hebben. Betere educatie betreffende voedingsbehoeften aan risicogroepen is nodig ter preventie van ijzergebrek.

Mevr. S. Broekhuizen, arts-assistent, St. Franciscus Gasthuis Rotterdam, E.D. Stam, kinderarts, 't Lange Land Ziekenhuis Zoetermeer. Mevr. dr. G. Derksen-Lubsen, kinderarts, Juliana Kinderziekenhuis Den Haag. Mevr. S. Broekhuizen en de heer E.D. Stam waren ten tijde van dit onderzoek werkzaam in het Juliana Kinderziekenhuis Den Haag.
Correspondent: E.D. Stam, 't Lange Land Ziekenhuis, afdeling Kindergeneeskunde, Toneellaan 1, 2725 NA Zoetermeer.