Netherlands Journal of Plant Pathology

, Volume 75, Issue 1, pp 53–57

Responses to air flow and airborne plant odour in the Colorado beetle

  • J. De Wilde
  • K. Hille Ris Lambers-Suverkropp
  • A. Van Tol
Article

DOI: 10.1007/BF02137193

Cite this article as:
De Wilde, J., Hille Ris Lambers-Suverkropp, K. & Van Tol, A. Netherlands Journal of Plant Pathology (1969) 75: 53. doi:10.1007/BF02137193

Abstract

Colorado beetles moved upwind in a wind tunnel. Odour from leaves of potato, nightshade, tomato and bittersweet enhanced the response. The response disappeared after four antennal segments had been amputated. The odour from meadow grass and dandelion repelled the beetles. Beetles 2–3 weeks emerged but not newly emerged beetles were slightly attracted by celerey. In the same wind tunnel, the scent of female beetles attracted males.

Samenvatting

In een windtunnel werden proeven gedaan over de reactie van Coloradokevers op de geur van diverse planten. In controleproeven werd een positief anemotactische reactie bij de kevers waargenomen, die werd versterkt door de geur van bladeren van aardappel, nachtschade, tomaat en bitterzoet. In beide gevallen verdween de anemotactische reactie na amputatie van 4 leden van de antennae. Gras en paardebloem beïnvloedden het anemotactisch effect in negatieve zin. Selderij bleek enigszins aantrekkelijk te zijn voor kevers van 2–3 weken oud. Met behulp van hetzelfde apparaat werd aangetoond dat de wijfjes een voor de mannetjes aantrekkelijke geur produceren.

Copyright information

© Koninklijke Nederlandse Planteziektenkundige Vereniging 1969

Authors and Affiliations

  • J. De Wilde
    • 1
  • K. Hille Ris Lambers-Suverkropp
    • 1
  • A. Van Tol
    • 1
  1. 1.Laboratory for EntomologyWageningen

Personalised recommendations