Experimental verification and development of EPIPRE, a supervised disease and pest management system for wheat

Rent the article at a discount

Rent now

* Final gross prices may vary according to local VAT.

Get Access

Abstract

From 1981 to 1984, 27 experiments were carried out to evaluate and develop the EPIPRE system for supervised pest and disease management in wheat. The results of these experiments led to an adjustment of the EPIPRE recommendation for control ofSeptoria spp. After this adjustment only minor differences remained between EPIPRE and the general recommendation in the number and type of sprays and in net yields. The EPIPRE advice models for stripe rust, leaf rust, mildew and cereal aphids were reliable. More research is needed onSeptoria spp. and the modelling of pesticide action and efficiency. Reduction in pesticide application as a result of using EPIPRE was less than was expected at the start of the EPIPRE project. A reason for this is that pesticide use in wheat in the Netherlands is low in comparison with surrounding countries. Application of sprays above the level of EPIPRE recommendation were often found to be economically worthwhile, but their economic advantage, compared to the adapted EPIPRE recommendation or to the general recommendation, was small and did not justify intensive, high-input crop protection strategies. EPIPRE had positive educational effects, but probably few short-term economic benefits for the farmer. This limits the participation in the advice system. In the future the EPIPRE information on disease and pest management will be incorporated into a computerized management system for wheat growing, that comprises all crop husbandry measures from sowing to harvest.

Samenvatting

Van 1981 tot 1984 werden 27 proeven uitgevoerd om het EPIPRE-systeem voor geleide bestrijding van ziekten en plagen in tarwe te evalueren en verder te ontwikkelen. De resultaten van deze experimenten gaven aanleiding tot een forse aanpassing van het EPIPRE-advies voorSeptoria spp. Na deze aanpassing verschilden het EPIPRE advies en het Algemene advies, zoals gegeven door de Voorlichtingsdientst, nog slechts weinig wat betreft het aantal en het type van de bespuitingen en de netto opbrengst. De EPIPRE-adviesmodellen voor gele roest, bruine roest, meeldauw en bladluizen bleken te voldoen. VoorSeptoria spp. en het modelleren van de werking en efficiëntie van bestrijdingsmiddelen is meer onderzoek nodig. De reductie in het gebruik van bestrijdingsmiddelen door gebruik van EPIPRE bleek minder te zijn dan aanvankelijk werd verwacht. Een van de redenen hiervoor is dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de tarweteelt in Nederland laag is in vergelijking met omringende landen. Vaker spuiten dan EPIPRE adviseerde bleek vaak economisch verantwoord, maar het voordeel t.o.v. EPIPRE of het Algemene advies was klein en geeft geen reden om over te gaan tot intensieve bestrijdingsregimes. Deelnemers aan EPIPRE waarderen de educatieve aspecten van het systeem, maar hebben waarschijnlijk op korte termijn slechts weinig economische voordelen van deelname. Dit bemoeilijkt de uitbreiding van het aantal deelnemers. In de komende jaren zal de EPIPRE-advisering ingebouwd worden in een compleet geautomatiseerd teeltbegeleidingssysteem, dat alle belangrijke teelthandeling van zaaien tot oogsten zal bevatten.