, Volume 6, Issue 1, pp 64-76

The development of the original European carrot material

Rent the article at a discount

Rent now

* Final gross prices may vary according to local VAT.

Get Access

Summary

  1. European carrot improvement began with material imported from the Arab countries. It consisted of a purple type, called “red” by authors before about 1700, and a yellow type growing largely above the ground.

  2. The purple carrot played a role in France during the 14th–17th centuries, in the Netherlands during the 15th–18th centuries, and in Germany during the 18th and possibly the 19th centuries. At first the purple carrot probably was the main type grown, later its use became very limited.

  3. The yellow carrot became more generally used than the purple. It gradually spread throughout Europe and probably started superseding the purple in the 16th century.

  4. The white and the orange carrots were probably selected from the yellow.

  5. During the 17th and 18th centuries the white carrots were used in the French kitchen. In other countries they never became as popular as in France.

  6. The first orange coloured garden carrots were produced in the Netherlands. Late Horn and Half long Horn probably were developed in the 17th century, whereas Short Horn probably was produced in the 18th century. It is possible that Long Orange types fit for kitchen use were produced in Holland during the 17th century by selection from the long yellow carrot, possibly after crossing with an unpalatable but more intensely coloured red-orange type. The orange Brunsvie appeared in Germany between 1684 and 1740. Originally it had the character of a forage carrot.

Samenvatting

  1. De Europese wortelveredeling is uitgegaan van materiaal afkomstig uit de Arabische landen. Dit omvatte een paars type, dat door schrijvers van voor ongeveer 1700 werd aangeduid als “rood”, en een geel type dat sterk bovengronds groeide.

  2. De paarse wortel was van betekenis in Frankrijk gedurende de 14e–17e eeuw, in Nederland gedurende de 15e–18e eeuw en in Duitsland gedurende de 18e en misschien ook de 19e eeuw. In het begin was de paarse wortel waarschijnlijk het hoofd-type voor de teelt, maar later werd het gebruik zeer beperkt.

  3. De gele wortel verkreeg een veel algemener gebruik dan de paarse. Langzamerhand verspreidde hij zich meer en meer over Europa. Vermoedelijk begon hij in de 16e eeuw de paarse al te overheersen.

  4. De witte en de oranjerode wortelen zijn vermoedelijk ontstaan uit de gele.

  5. Gedurende de 17e en 18e eeuw werden de witte wortels in the Franse keuken gebruikt. In andere landen zijn ze nooit zo populair geworden als in Frankrijk.

  6. De eerste oranje tuinwortelen zijn in Nederland geproduceerd. De Late Hoornse en de Halflange Hoornse zijn vermoedelijk in de 17e eeuw ontstaan, de Korte Hoornse in de 18e eeuw.

Het is mogelijk dat de lange organje typen, die geschikt waren voor gebruik in de keuken, in de 17e eeuw in Holland ontstonden door selectie uit de lange, gele wortel, mogelijk na kruising met een oneetbare doch sterker roodoranje gekleurd type. De oranje Brunswijker verscheen vermoedelijk tussen 1684 en 1740 in Duitsland. In het begin was het een voerwortel.